Syrische verdachte groepsverkrachting zette slachtoffer onder druk om verklaring in te trekken

Een van de verdachten in de zaak rond de vermeende groepsverkrachting van een 18-jarig meisje in Sliedrecht zou hebben geprobeerd het slachtoffer onder druk te zetten. Volgens het Openbaar Ministerie wilde de 21-jarige Syriër R.H. uit Dordrecht dat het slachtoffer haar verklaring zou intrekken. Hij zou daarvoor vriendinnen van het meisje hebben ingeschakeld. Vier verdachten in deze zaak, onder wie R.H., hebben een Syrische achtergrond.
De beschuldigingen kwamen naar voren tijdens een voorbereidende rechtszitting tegen R.H. In totaal zijn zes mannen aangehouden, van wie er nog vijf vastzitten. De Dordtenaar erkent seks met het meisje te hebben gehad, maar beweert dat dit met wederzijdse instemming gebeurde. Justitie betwist dat, meldt Rijnmond.
Meisje zou door tien mannen zijn verkracht
De gebeurtenissen vonden plaats op 26 mei 2025. Volgens het slachtoffer werd zij in een auto meegenomen naar een parkeerplaats in Sliedrecht. Daar zou een groep mannen haar tot seks hebben gedwongen. Vervolgens werd zij naar een tweede parkeerplaats gebracht, waar andere mannen haar zouden hebben verkracht. In totaal zouden tien mannen betrokken zijn geweest.
Volgens de officier van justitie bestaan er videobeelden van het geweld. 'De verkrachtingen zijn gefilmd en rondgegaan op Snapchat.' Op de opnamen zou duidelijk te horen zijn dat het meisje zich verzet. Zij werd volgens het OM bovendien uitgescholden, aan haar haren getrokken en geslagen.
Meerdere verdachten afkomstig uit Syrië
De 23-jarige S.S. uit Sliedrecht wordt door justitie een leidende rol toegeschreven. Ook zijn broer en neef behoren tot de verdachten. Deze drie mannen zijn, net als R.H. uit Dordrecht, afkomstig uit Syrië.
Het OM probeerde aanvankelijk alle tien mogelijke betrokkenen te identificeren. Toen dat niet lukte, werden zes verdachten aangehouden. Het langdurige onderzoek verklaart waarom de zaak pas onlangs bekend werd.
Rechtbank houdt verdachte vast
Advocaat Bram de Groen vroeg om vrijlating van R.H. Hij wees erop dat zijn cliënt geen strafblad heeft en beschikt over werk, een woning en geen schulden. De verdachte verklaarde zelf: 'Ik wil weer aan het werk.'
De officier van justitie verzette zich daartegen. 'In deze zaak zijn alle grenzen overschreden. Het slachtoffer is gezien als een voorwerp waar iedereen gebruik van kon maken.' Ook wees zij op afgeluisterde gesprekken waarin over druk op het slachtoffer werd gesproken.
De rechtbank verwees naar bedreigende uitspraken en eerdere politiedossiers over het lastigvallen van vrouwen. R.H. blijft daarom vastzitten. De volgende zitting staat gepland voor 9 december. Ook de andere verdachten moeten dan verschijnen.



















































