Waarom Nederland een strategische gasvoorraad nodig heeft

Jarenlang was het hebben van voldoende gasreserve in de winter een vanzelfsprekendheid. Logisch, want een groot deel van Nederland is afhankelijk van gas, bijvoorbeeld om te kunnen verwarmen en koken, zeker in de winter. De strategie die men jarenlang volgde sprak voor zich: in de zomer kocht men, relatief goedkoop, gas in en sloeg dit op, zodat het in de winter gebruikt kon worden. Er was één dominante speler, de Nederlandse Gasunie, er lagen lange-termijncontracten en men begreep de verantwoordelijkheid voor leveringszekerheid, geen gas is immers geen verwarming. Dat systeem is door liberalisering van de markt inmiddels verdwenen. Die verantwoordelijkheid echter niet.
Vandaag vertrouwen we er nog steeds grotendeels op dat ‘de markt’ onze gasopslagen wel vult. Maar deze markt is nergens voor verantwoordelijk, er spelen louter commerciële belangen, en hoewel er EU-verplichtingen zijn voor minimale vullingsniveaus, ontbreken dwingende nationale afspraken over langetermijn-leveringszekerheid. En precies dát is het probleem.

















































