Raad van State kraakt VVD-wetsvoorstel voor online censuur

De Raad van State is zeer kritisch over een initiatiefwetsvoorstel dat burgemeesters de bevoegdheid moet geven om online berichten te laten verwijderen. Het voorstel is volgens het hoogste adviesorgaan juridisch te vaag, moeilijk uitvoerbaar en vormt een ernstige inbreuk op grondrechten. De Raad van State adviseert daarom om het wetsvoorstel in de huidige vorm niet in behandeling te nemen.
Het voorstel komt van VVD-Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen en draagt de naam Wet online aangejaagde openbare-ordeverstoring. Het doel is om burgemeesters meer mogelijkheden te geven om online oproepen of berichten aan te pakken die volgens hen de openbare orde verstoren of kunnen verstoren.
Volgens Michon-Derkzen beschikken burgemeesters in de fysieke wereld over vergaande bevoegdheden. Denk aan noodbevelen, noodverordeningen en instrumenten uit de Algemene Plaatselijke Verordening. Die middelen schieten volgens haar tekort zodra onrust online wordt aangewakkerd. In haar voorstel kunnen burgemeesters een zogenoemd verwijderbevel opleggen. Degene die een online bericht heeft geplaatst, moet dat bericht dan verwijderen. Het gaat om openbaar toegankelijke platforms, zoals Facebook. Berichten die via besloten apps zoals WhatsApp worden verspreid, vallen buiten de reikwijdte van de wet.
“Een burgemeester is verantwoordelijk om de openbare orde te handhaven”, verklaarde Michon eerder. “Dat wil je als burgemeester voor zijn en met deze wet kan een burgemeester nu vragen of zo’n bericht eraf gehaald kan worden.”
De Raad van State ziet grote problemen. In het advies staat dat het verwijderbevel “een inmenging in de vrijheid van meningsuiting” vormt. Wanneer een bericht oproept tot deelname aan een demonstratie, raakt het volgens de Raad ook direct aan “de vrijheid om te demonstreren”. Daarnaast is de bevoegdheid volgens het advies veel te ruim geformuleerd. Het begrip ‘openbare orde’ is breed en onduidelijk. Daardoor kunnen burgers volgens de Raad onvoldoende voorzien wanneer zij risico lopen op een verwijderbevel.
“Dat komt doordat het begrip ‘openbare orde’ erg breed is. Burgers kunnen hierdoor onvoldoende voorzien wanneer zij een verwijderbevel opgelegd kunnen krijgen”, aldus de Raad van State. Ook over de uitvoerbaarheid is de Raad van State kritisch. In de praktijk zal vaak niet duidelijk zijn welke burgemeester bevoegd is om in te grijpen. Online berichten verspreiden zich bovendien razendsnel. Wil verwijdering effect hebben, dan moet een burgemeester snel handelen. Volgens de Raad is onduidelijk hoe een burgemeester tijdig en rechtmatig over voldoende informatie kan beschikken om zo’n ingrijpend besluit te nemen. Dat zet vraagtekens bij de noodzakelijkheid en geschiktheid van het middel.
Voor proportionaliteit en subsidiariteit is volgens de Raad van State vereist dat er geen minder ingrijpend alternatief bestaat. Juist daar wringt het, stelt het advies. Er bestaan al diverse bevoegdheden om online oproepen tot ordeverstoringen tegen te gaan. Sommige van die middelen zijn juridisch bindend. Andere interventies zijn informeel en gebaseerd op vrijwillige medewerking van platforms. “Gelet op de bestaande mogelijkheden is de meerwaarde van het voorgestelde verwijderbevel niet duidelijk”, concludeert de Raad van State.




















































