Tweede Kamer wil sneller verbod op hoofddoeken bij boa’s

In de Tweede Kamer groeit de druk op het kabinet om snel duidelijkheid te geven over religieuze uitingen bij buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), meldt De Telegraaf. Een ruime meerderheid van de Kamer vindt dat het kabinet haast moet maken met een landelijk verbod op zichtbare religieuze symbolen bij handhavers in uniform. Al twee jaar wordt gesproken over een landelijke richtlijn die hoofddoekjes, keppeltjes en kruisjes bij boa’s moet verbieden. Tot concrete regelgeving is het echter nog niet gekomen. Dat leidt tot toenemende irritatie bij Kamerleden, wethouders en de BOA Bond.
Tijdens het debat in de Kamer uitten verschillende partijen hun kritiek op religieuze uitingen bij boa’s. SP-fractievoorzitter Jimmy Dijk zei hierover: “Het is een uniform, géén pluriform.”
Ook SGP-Kamerlid Diederik van Dijk vindt dat religieuze symbolen niet passen bij een handhavingsuniform. “Als boa ben je geen uithangbord van jezelf, maar van de overheid.” Volgens deze Kamerleden moet een handhaver zichtbaar neutraal zijn. Dat geldt volgens hen voor iedereen die namens de overheid optreedt.
De discussie speelt al langer. Anders dan politieagenten vallen boa’s niet onder de landelijke gedragscode voor neutraliteit die voor de politie geldt. Voor boa’s bestaat een aparte richtlijn. Gemeenten hebben daardoor veel vrijheid om zelf regels te bepalen over kleding en uiterlijke uitingen tijdens het werk.
Sommige gemeenten maken gebruik van die ruimte. Steden zoals Amsterdam, Den Haag, Arnhem en Tilburg staan religieuze symbolen bij boa’s toe. Dat betekent dat een handhaver in de ene gemeente bijvoorbeeld een hoofddoek of keppel mag dragen, terwijl dat in een andere gemeente verboden is.
Het kabinet probeerde eerder al een landelijk verbod in te voeren. Tijdens het kabinet-Rutte IV pleitte toenmalig minister van Justitie Dilan Yesilgöz voor strengere regels. Ook haar opvolgers wilden het verbod landelijk vastleggen.
Voormalig justitieminister David van Weel wilde het verbod regelen via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Dat plan liep echter stuk toen de Raad van State juridisch bezwaar maakte tegen die aanpak. Daarop werd aangekondigd dat een wetswijziging nodig zou zijn om het verbod alsnog mogelijk te maken.
In de Tweede Kamer bestaat een ruime meerderheid voor strengere regels. Volgens verschillende partijen moet het kabinet nu daadwerkelijk met wetgeving komen. JA21-Kamerlid Ingrid Coenradie vindt dat het proces te lang duurt. “Het begint wel erg lang te duren. We moeten hier meer druk achter zetten.” Volgens haar kan het kabinet rekenen op brede steun in de Kamer wanneer er een voorstel komt.



















































