Data-analyse: 1 op 1.500 coronavaccinaties leidde tot extra sterfgeval

Volgens berekeningen van data-analist Herman Steigstra leidt ongeveer één op de 1.500 coronavaccinaties tot een extra sterfgeval in de weken na toediening. Die conclusie trekt hij op basis van een analyse van oversterftecijfers en vaccinatiegegevens over meerdere jaren. De uitkomst komt volgens hem overeen met eerdere schattingen, maar is nu opnieuw zichtbaar in recente data.
Steigstra spreekt van een opvallend consistent patroon. “Bij onze jacht op de cijfers voor de vaccinatieschade hebben we nu een cijfer,” schrijft hij. Door vaccinatiegolven te vergelijken met sterftecijfers komt hij telkens uit op een vergelijkbare verhouding. Daarbij maakt hij onderscheid tussen korte- en langetermijneffecten, waarbij vooral de eerste weken na vaccinatie volgens hem het duidelijkst te analyseren zijn.
Piek in sterfte kort na vaccinatie
De analyse richt zich vooral op de korte termijn. Volgens Steigstra is daar het verband het meest zichtbaar. In door hem samengestelde grafieken lopen vaccinatiecampagnes en pieken in oversterfte opvallend gelijk op. Vooral bij de grootste zes vaccinatiegolven is dat zichtbaar. Tegelijk erkent Steigstra dat de methode niet exact is. “Het is geen nauwkeurige methode, maar we zijn op zoek naar een indicatie wat die extra sterfte zou kunnen zijn.”

De analyse beslaat meerdere jaren en verschillende vaccinatierondes. Per ronde wordt gekeken naar het aantal vaccinaties en de extra sterfte in diezelfde periode. Volgens Steigstra ontstaat zo een terugkerend patroon. “In elk van de 6 vaccinatiecampagnes is de extra sterfte ca. 70 per 100.000 oftewel die 1:1500 die we 3 jaar geleden ook al zagen.”
Voor sommige periodes blijft de onzekerheid groter. Zo wijst Steigstra op 2021, toen sterfte door covid en andere factoren door elkaar liepen. “Omdat dit een arbitraire keuze is, hebben we het bolletje lichtgekleurd,” schrijft hij over de verwerking van die gegevens.
Correlatie en timing
Een belangrijk onderdeel van de analyse is de timing tussen vaccinatie en sterfte. Volgens Steigstra ligt de piek in oversterfte kort na vaccinatie. “De top van de correlatie ligt op 1,5 week na vaccinatie.” Dat zou volgens hem passen bij een mogelijk oorzakelijk verband.
Tegelijk benadrukt hij dat het om een correlatie gaat. Een direct causaal verband is niet bewezen. “Het is geen definitief bewijs, maar wel een sterke aanwijzing en het maximum tot waar we kunnen komen met de openbare cijfers.”
Internationale vergelijking
Steigstra verwijst ook naar zijn eerdere analyse van 34 landen met in totaal 818 miljoen inwoners. Ook daar zag hij een verband tussen vaccinatiegraad en oversterfte. In die vergelijking kwam de extra sterfte volgens hem uit rond de 60 per 100.000.
Volgens Steigstra wijst dat op een breder patroon dat niet beperkt is tot Nederland. Tegelijk blijven verschillen tussen landen en andere mogelijke verklaringen een rol spelen.
Op basis van zijn bevindingen trekt Steigstra een stevige conclusie over bestaande onderzoeken. Volgens hem is er in de data geen aanwijzing dat vaccinatie de sterfte verlaagt. Daarmee plaatst hij vraagtekens bij studies die juist een sterk beschermend effect laten zien. Volgens Steigstra staan die haaks op de waarnemingen in de cijfers die hij analyseert.
Coronavaccin als risicogeval?
Als de door Steigstra berekende verhouding van ongeveer één sterfgeval per 1.500 vaccinaties klopt, ligt dat volgens gangbare medische normen relatief hoog. Sterfte als bijwerking wordt normaal gezien als zeer zeldzaam, vaak minder dan één op de 10.000. Een verhouding van circa 67 per 100.000 zit daar duidelijk boven.
Zulke risico’s worden doorgaans alleen geaccepteerd bij zware behandelingen, bijvoorbeeld bij levensbedreigende ziektes. Tegelijk is deze verhouding niet vastgesteld via klinisch bewijs, maar gebaseerd op een analyse van samenhang in cijfers. Ook Steigstra erkent dat zijn analyse geen sluitend bewijs levert. Wel spreekt hij van een terugkerend patroon dat moeilijk te negeren is.




















































