Buitenlanders plegen bijna helft van verkrachtingen in Oostenrijk

Het aantal verkrachtingsverdachten in Oostenrijk is de afgelopen tien jaar sterk gestegen. Vooral het aandeel buitenlandse verdachten is flink toegenomen. Inmiddels zijn buitenlanders verantwoordelijk voor bijna de helft van alle verkrachtingszaken. Dat blijkt uit cijfers van het Oostenrijkse ministerie van Binnenlandse Zaken, opgevraagd door Exxpress.
In 2015 waren er 688 verdachten van verkrachting. Daarvan hadden 250 een buitenlandse nationaliteit, goed voor 36,3 procent. In 2025 is dat aantal gestegen naar 538 buitenlandse verdachten op een totaal van 1.147. Daarmee komt hun aandeel uit op 46,9 procent, terwijl buitenlanders slechts 20,5 procent van de bevolking vormen.
Ook het totaal aantal zaken nam toe. In 2015 werden 826 verkrachtingen gemeld. In 2024 waren dat er 1.359, een stijging van ongeveer 64,5 procent. Het aantal verdachten groeide in dezelfde periode van 688 naar 1.196.
Sterke stijging onder buitenlandse verdachten
De cijfers laten zien dat het aantal Oostenrijkse verdachten ook is toegenomen. Dat aantal steeg van 438 in 2015 naar 609 in 2025. Dat is een stijging van 39 procent. De groei onder buitenlandse verdachten ligt echter veel hoger.
Het aantal buitenlandse verdachten nam toe met 115 procent. Daarmee is het aantal meer dan verdubbeld. Het verschil tussen beide groepen is in de afgelopen jaren duidelijk groter geworden.
Syriërs grootste groep onder verdachten
Binnen de groep buitenlandse verdachten vallen Syriërs het meest op. In 2015 ging het nog om slechts drie verdachten. In 2024 waren dat er 92 en in 2025 liep dit verder op naar 101.
Daarmee vormen Syriërs de grootste groep onder buitenlandse verdachten. Ongeveer één op de vijf buitenlandse verdachten heeft inmiddels de Syrische nationaliteit. Ook andere nationaliteiten, zoals Afghanistan, Turkije en Roemenië, komen regelmatig voor in de cijfers.
De Oostenrijkse FPÖ uit zorgen over de manier waarop gegevens worden verzameld. Volgens de partij ontbreekt belangrijke informatie, bijvoorbeeld over verblijfsstatus of achtergrond.
FPÖ-parlementslid Christian Lausch wijst op de gevolgen daarvan. ‘Dan kun je niet aan de problemen werken.’ Daarmee benadrukt hij dat volgens hem beter inzicht nodig is om beleid te maken.

















































