Wat betekent het als jihadisme uitdaging nr. 1 is voor antiterreurbeleid?
De Nederlandse schrijver Leon de Winter gaat in zijn column “Iran was onderweg naar de Eindtijd” (De Telegraaf, 8 april 2026) in op de religieuze achtergrond van het Iraanse regiem. Wat is het punt dat hij wil maken? Dat is: het Iraanse regiem is een theocratie. Nu zal men zeggen: dat is toch niks bijzonders? Dat weten we toch? De Iraanse ayatollahs hebben wat vreemde ideeën in hun hoofd. Maar ach, die vreemde ideeën heeft Trump ook. Of Poetin. Of Netanyahu. Wat dan verder volgt na deze constatering, is een analyse van de Iraanse politiek volgens de lijnen waarop men ook de Amerikaanse politiek of de Israëlische politiek kan analyseren.
De vraag die ik hier aan de orde wil stellen, is of dit wel juist is. Is de Iraanse politiek niet significant anders vreemd dan de Amerikaanse of de Israëlische politiek vreemd is? Of, anders gezegd, moet niet onze houding ten aanzien van een theocratie zoals die bestaat in Iran fundamenteel verschillend zijn van onze houding tegenover een niet-radicaal-religieus regiem (hetzij een democratie, hetzij een “gewone” dictatuur)?
















































