Wat de lobby voor een hogere erfbelasting liever verzwijgt

Nederland staat volgens een groeiend koor van economen, columnisten en talkshowgasten aan de vooravond van een ‘erfenistsunami’ van duizend miljard euro, en de overheid zou daar een flinke hap uit moeten nemen. Het verhaal over erfbelasting wordt verkocht als een kwestie van rechtvaardigheid: de superrijken moeten eindelijk bijdragen, zodat werken weer gaat lonen. Maar wie de cijfers en de plannen nader bekijkt, ziet echter een ander beeld. De allerrijksten blijven grotendeels buiten schot, de rekening belandt bij het afbetaalde huis van de middenklasse, en achter het ogenschijnlijk spontane debat gaat een netwerk schuil dat voor een belangrijk deel met overheidsgeld draait.
De campagne bereikte vorige week dinsdag een hoogtepunt, toen econoom en columnist Jona van Loenen bij NPO-talkshow Pauw & De Wit zijn boek De babyboomerbiljoenen presenteerde, dat dezelfde dag verscheen. Van Loenen wil de belasting op erfenissen en woningen verhogen, zodat de inkomstenbelasting omlaag kan. Zijn optreden volgde op een publiciteitsgolf die in juli begon: op 7 juli publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) een rapport over het draagvlak voor erfbelasting, en dezelfde avond kopte de NOS over ‘973 miljard aan erfenissen’. Dat gebeurt terwijl het coalitieakkoordvan D66, VVD en CDA letterlijk vermeldt dat ‘de belastingen op sparen, erven en schenken niet worden verhoogd’. De vraag is dus niet alleen of de argumenten deugen, maar ook wie er baat bij heeft dat dit debat nu zo nadrukkelijk wordt gevoerd.
















































