Kabinet erkent: vrachtwagenheffing maakt boodschappen duurder

De nieuwe vrachtwagenheffing werkt door in de prijzen die consumenten betalen. Dat erkennen ambtenaren van VVD-minister Vincent Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) in een onlangs openbaar gemaakte beslisnota. Volgens het ministerie worden de extra kosten meestal doorberekend, maar blijft het effect op consumentenprijzen beperkt. Hoeveel huishoudens daardoor extra betalen, staat niet in de nota. Ondertussen waarschuwen supermarkten en vervoerders voor oplopende kosten.
De opvallende passage staat in een beslisnota van 5 oktober. Het document werd opgesteld ter voorbereiding op antwoorden van Karremans op Kamervragen over de financiële problemen bij transportbedrijven.
De ambtenaren schrijven: "Zowel de brandstofkosten als de vrachtwagenheffing worden in de meeste gevallen doorberekend aan de opdrachtgevers van transport en hebben daarmee veelal impact op de consumentenprijzen."
Daar volgt direct een geruststellende boodschap op. "Dit effect is echter beperkt, aangezien transportkosten een relatief klein onderdeel uitmaken van de consumentenprijzen."
Een concreet bedrag of percentage ontbreekt in de nota. Daardoor valt uit het document niet op te maken hoeveel duurder boodschappen door de vrachtwagenheffing worden.
Ministerie berekende eerder wel prijsstijging
Het ministerie heeft in het verleden wel onderzocht wat de vrachtwagenheffing betekent voor consumenten. In een onderzoek uit november 2018 werd de mogelijke stijging van consumentenprijzen geraamd op maximaal 0,06 procent. In sectoren waar wegtransport een groot deel van de kosten vormt, zou de kostenstijging maximaal 0,2 procent bedragen.
Die berekening dateert echter van jaren vóór de huidige stijging van de dieselprijzen. Ook was de vrachtwagenheffing destijds nog niet ingevoerd. Uit de beslisnota van oktober blijkt niet of het ministerie inmiddels een nieuwe berekening heeft gemaakt.
De Raad van State wees tijdens de behandeling van de wet eveneens op de financiële gevolgen. Volgens het advies zouden de kosten voor de vervoersector met ongeveer 1 tot 3 procent toenemen.
Hoeveel daarvan uiteindelijk bij consumenten terechtkomt, hangt onder meer af van de vraag welk deel vervoerders en hun opdrachtgevers zelf opvangen.
Supermarkten waarschuwden al voor duurdere boodschappen
De zorgen over hogere prijzen spelen al langer. In juni stuurde het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL), de belangenorganisatie van supermarkten, een brandbrief aan het kabinet.
Daarin waarschuwde de organisatie dat hogere energie- en brandstofprijzen de dagelijkse boodschappen duurder maken. Ook noemde het CBL de vrachtwagenheffing als een overheidsmaatregel die de kosten voor supermarkten en hun leveranciers verder verhoogt.
Volgens de organisatie kunnen voedselprijzen volgend jaar door de gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten met maximaal 10 procent stijgen. Daarbij verwees het CBL naar een berekening van Rabobank. Dat percentage betreft de bredere voedselinflatie en niet uitsluitend het effect van de vrachtwagenheffing.
Het CBL wees er bovendien op dat hogere kosten vaak pas na vier tot twaalf maanden in de winkels zichtbaar worden. De brancheorganisatie vroeg het kabinet daarom af te zien van aanvullende maatregelen die boodschappen duurder maken.
Transportbedrijven onder financiële druk
Ook vervoerders hebben moeite met de hogere lasten. Sinds 1 juli 2026 betalen vrachtwageneigenaren een bedrag per gereden kilometer op een groot deel van het Nederlandse wegennet.
Het gemiddelde tarief bedroeg bij de invoering 19,1 cent per kilometer. Vanwege de sterk gestegen dieselprijzen besloot Karremans tot een tijdelijke korting van 22,3 procent. Daardoor daalde het gemiddelde bedrag per 1 september naar 14,8 cent per kilometer.
De maatregel levert vervoerders gezamenlijk naar verwachting 80 miljoen euro aan besparingen op. De korting geldt echter slechts tot het einde van dit jaar.
Transport en Logistiek Nederland (TLN) waarschuwde eerder al dat vervoerders weinig ruimte hebben om extra kosten op te vangen. Voorzitter Elisabeth Post stelde: "De marges in het transport zijn al jaren flinterdun."
Dat vervoerders hun kosten meestal aan opdrachtgevers doorberekenen, betekent bovendien niet dat zij alle stijgingen volledig kunnen verhalen. Kredietverzekeraar Atradius waarschuwde in oktober dat de transportsector kwetsbaar blijft en dat het aantal faillissementen in transport en opslag over de eerste negen maanden van 2026 met 17 procent is gestegen.
Een dergelijke stijging kan niet uitsluitend aan de vrachtwagenheffing worden toegeschreven. Ook brandstofprijzen, loonkosten en andere economische omstandigheden spelen een rol.
Vanaf januari verdwijnt tijdelijke korting
De financiële druk kan begin volgend jaar opnieuw toenemen. De tijdelijke verlaging van de vrachtwagenheffing loopt op 31 december af.
Daarbovenop worden de reguliere tarieven op 1 januari 2027 met 2,6 procent verhoogd vanwege inflatie. Dat maakte de RDW in augustus bekend.
Voor een gangbare dieselvrachtwagen van meer dan 32 ton in emissieklasse Euro 6 komt het tarief volgend jaar uit op 20,6 cent per kilometer. Daarmee betalen vervoerders weer aanzienlijk meer dan tijdens de huidige kortingsperiode.
De opbrengsten van de vrachtwagenheffing worden deels gebruikt om de sector te helpen verduurzamen. Zo is er subsidie voor elektrische vrachtwagens en laadinfrastructuur. Ook werd de motorrijtuigenbelasting voor vrachtwagens aangepast.
Kamervragen over betaalbaarheid
De gevolgen van de heffing kwamen opnieuw ter sprake nadat Tweede Kamerlid Hidde Heutink (Groep Markuszower) op 21 september elf Kamervragen stelde.
Hij wilde onder meer weten wat de extra lasten betekenen voor kleinere transportbedrijven en of de minister erkent dat hogere vervoerskosten uiteindelijk ook de boodschappen duurder maken.
Karremans stuurde zijn antwoorden op 21 oktober naar de Tweede Kamer. Dat was negen dagen na de termijn van 12 oktober die in de ambtelijke beslisnota stond. Uit de geraadpleegde documenten blijkt niet of hiervoor uitstel was verleend.
De openbaar gemaakte voorbereiding erkent in ieder geval dat de extra kosten gevolgen kunnen hebben voor consumenten. Tegelijk blijft de omvang van die prijsstijging onduidelijk.
Met het verdwijnen van de tijdelijke korting en de verhoging van de kilometertarieven staat de transportsector vanaf januari opnieuw voor hogere lasten. Hoeveel daarvan uiteindelijk op het kassabonnetje van Nederlanders terechtkomt, is nog niet duidelijk.






















































