Rechter fluit Brabant terug: geen boetes voor boeren zolang Den Haag niet zegt wie betaalt

De provincie Noord-Brabant mag veehouders voorlopig niet beboeten voor het overtreden van haar strenge stalregels. De voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat de provincie tot en met 1 februari 2027 moet wachten met handhaven. Boeren moeten eerst weten of er compensatie komt, voordat ze worden gedwongen om miljoenen in nieuwe stallen te steken.
Sinds 1 juli moeten Brabantse veehouders maatregelen nemen om de uitstoot van ammoniak uit hun stallen te verminderen. Dat staat in twee artikelen van de provinciale omgevingsverordening, die de Provinciale Staten in december vorig jaar aanpasten. Boeren met oudere stallen moeten investeren in emissiearme systemen. Uitbreiden met extra dieren om die kosten terug te verdienen, mag niet.
Land- en tuinbouworganisatie ZLTO en varkenshoudersorganisatie POV stapten daarom naar de rechter. Ook Stichting Stikstof Claim en Agractie sloten zich aan. Volgens de boerenorganisaties is het praktisch onmogelijk om op tijd aan de regels te voldoen. Er zijn te weinig adviesbureaus, en boeren zijn afhankelijk van vergunningen, financiering en leveranciers van nieuwe stalsystemen die vaak niet beschikbaar zijn. Banken zijn bovendien terughoudend met leningen voor die systemen.
De rechter gaf de boeren gelijk op het belangrijkste punt. De provincie handelt in strijd met de rechtszekerheid: een boer moet weten waar hij aan toe is. Dat weet hij nu niet. Minister Jaimi van Essen (Landbouw) heeft aangekondigd dat hij in januari 2027 bekendmaakt welke regels landelijk gaan gelden en welke financiële compensatie veehouders krijgen. Die informatie is volgens de rechter „van cruciaal belang voor de keuzes die veehouders nu moeten maken”.
Een boer die nu investeert, loopt het risico dat zijn nieuwe stal later toch niet aan de landelijke eisen voldoet, en dat hij er zelf voor opdraait. Helemaal van tafel zijn de Brabantse regels niet. De rechter verklaart de twee artikelen niet buiten werking, en ze blijven dus gewoon gelden. Alleen mag de provincie er tot en met 1 februari 2027 niet op handhaven. De rechter prees de provincie zelfs: het is volgens hem “te prijzen” dat Brabant verantwoordelijkheid nam, nu landelijke maatregelen jarenlang uitbleven.




















































