D66-minister onder druk: welke klimaatregels kunnen worden geschrapt?

De VVD wil af van onnodige Nederlandse klimaatregels die verder gaan dan de verplichtingen van de Europese Unie. Kamerlid Alisha Müller heeft D66-minister Stientje van Veldhoven daarom om een volledig overzicht gevraagd. Ze wil weten welke extra heffingen, verboden en verplichtingen Nederland zelf heeft ingevoerd en welke daarvan kunnen verdwijnen. Opmerkelijk genoeg stemde de VVD zelf in met nieuwe klimaatnormen, waaronder regels voor hybride warmtepompen vanaf 2029. Daarmee ontstaat een opvallende discussie binnen de regeringscoalitie.
De politieke discussie volgt op schriftelijke Kamervragen die VVD-Kamerlid Alisha Müller op 22 oktober heeft ingediend. Ze wil van klimaatminister Stientje van Veldhoven weten welke Nederlandse klimaat- en energiemaatregelen boven op Europese verplichtingen komen. Zulke extra regels worden ook wel nationale koppen genoemd.
Daarbij vraagt Müller nadrukkelijk naar de mogelijkheden om deze maatregelen te schrappen, af te zwakken of terug te brengen tot het Europese minimumniveau.
De VVD wil het overzicht ontvangen voordat de Tweede Kamer de begroting voor klimaatbeleid en het Klimaatfonds behandelt.
VVD wil alle extra klimaatregels op tafel
Het Kamerlid vraagt om een uitgebreide inventarisatie van bestaande en aangekondigde klimaatmaatregelen. Het gaat onder meer om nationale doelen die verder gaan dan Europese afspraken, extra eisen bij de uitvoering van Europese richtlijnen en zelfstandig ingevoerde heffingen, verboden of andere verplichtingen.
Volgens Müller moet per maatregel duidelijk worden of deze noodzakelijk is en welke mogelijkheden bestaan om haar te verminderen.
Ook wil ze dat nieuwe klimaatplannen voortaan standaard worden gecontroleerd op nationale koppen. In beleidsbrieven en wetsvoorstellen moet zichtbaar worden gemaakt wanneer Nederland verder gaat dan Brussel verlangt.
Daarmee wil de VVD voorkomen dat bedrijven en burgers met verplichtingen worden geconfronteerd die in andere Europese landen niet gelden.
Coalitie beloofde minder Haagse regels
Müller beroept zich op het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. Daarin staat dat het kabinet onnodige nationale koppen op Europese regels wil schrappen. Ook moet bij nieuwe klimaatmaatregelen rekening worden gehouden met de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven.
Vooral de industrie klaagt al langer dat extra Nederlandse heffingen en verplichtingen het moeilijker maken om te concurreren met bedrijven in het buitenland. Het kabinet heeft daarom afgesproken de nationale CO2-heffing voor de industrie af te schaffen en meer aan te sluiten bij Europese regelgeving.
Maar tegelijkertijd blijft de regering vasthouden aan ambitieuze klimaatdoelen. Ook worden nieuwe maatregelen voorbereid. Juist die combinatie maakt de vragen van Müller politiek gevoelig.
VVD stemde zelf in met warmtepompnorm
Een opvallend voorbeeld is de geplande verplichting rond hybride warmtepompen. Het kabinet wil vanaf 2029 strengere eisen invoeren voor verwarmingsinstallaties. Daarmee moet het gebruik van hybride, slimme warmtepompen worden gestimuleerd.
Die afspraak staat in hetzelfde coalitieakkoord waarin de VVD belooft onnodige nationale klimaatregels te schrappen. De koers is bovendien veranderd ten opzichte van het vorige kabinet, waarin de VVD eveneens vertegenwoordigd was.
In het regeerprogramma van het kabinet-Schoof stond juist dat er geen verplichte hybride warmtepomp zou komen bij vervanging van een cv-ketel. Het kabinet-Jetten wil die normering alsnog invoeren. Ook voor de landbouw zijn vanaf 2029 nieuwe regels aangekondigd, waaronder normen voor het gebruik van methaanremmende toevoegingen in veevoer.
Of Müller ook deze maatregelen wil terugdraaien, is niet duidelijk. Haar vragen richten zich op een brede inventarisatie en niet op het onmiddellijk afschaffen van specifieke regels.
D66-minister weigert klimaatdoelen te schrappen
De VVD raakt met haar vragen ook aan de Nederlandse Klimaatwet. Daarin staat dat Nederland de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met minstens 55 procent moet hebben teruggebracht ten opzichte van 1990.
Müller wil weten welke nationale doelen verder gaan dan Europese verplichtingen en of dergelijke doelstellingen kunnen worden aangepast.
Maar minister Van Veldhoven heeft eerder al duidelijk gemaakt dat ze niet van plan is de wettelijke klimaatdoelen los te laten. Op 6 juli verklaarde ze tijdens een debat in de Eerste Kamer, toen haar werd gevraagd of zij overwoog de doelen uit de wet te halen: "Nee, dat overweeg ik niet."
Volgens het officiële vergaderverslag zei Van Veldhoven bovendien: "Nederland dient bij te dragen aan de Europese doelstellingen van het klimaatbeleid, en dat doen we via de Klimaatwet."
De minister houdt daarmee vast aan een koers waarbij Nederland zijn eigen wettelijke klimaatdoelen behoudt.
PBL: kans op halen klimaatdoel minder dan vijf procent
De discussie speelt terwijl Nederland de eigen klimaatdoelen waarschijnlijk niet gaat halen. Volgens de nieuwste Klimaatverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving komt de uitstootvermindering in 2030 waarschijnlijk uit op 47 tot 54 procent, wanneer ook aangekondigd aanvullend beleid wordt meegenomen.
Het wettelijke doel bedraagt 55 procent. De kans dat dit doel daadwerkelijk wordt gehaald, schat het PBL op minder dan vijf procent.
Daartegenover staat dat Nederland volgens hetzelfde onderzoek een belangrijke Europese klimaatverplichting waarschijnlijk wél haalt.
De Europese Effort Sharing Regulation verplicht Nederland om de uitstoot in bepaalde sectoren, waaronder verkeer, landbouw en gebouwen, in 2030 met 48 procent te verminderen ten opzichte van 2005. De kans dat Nederland die verplichting haalt, bedraagt volgens het PBL meer dan 95 procent.
De nationale en Europese doelen hebben verschillende basisjaren en bestrijken niet precies dezelfde sectoren. Ze kunnen daarom niet rechtstreeks met elkaar worden vergeleken.
Wel tonen de cijfers aan dat Nederland bij sommige klimaatdoelen verdergaande nationale ambities heeft dan bij afzonderlijke Europese verplichtingen.
Europa legt op andere terreinen juist strengere eisen op
Het beeld is overigens niet overal hetzelfde. Op het gebied van hernieuwbare energie en energiebesparing voldoet Nederland volgens het PBL waarschijnlijk juist niet aan alle Europese eisen.
Het aandeel hernieuwbare energie komt in 2030 naar verwachting uit op ongeveer 32 tot 38 procent. Het Europese doel voor Nederland ligt op 39 procent. Ook bij energiebesparing is het onzeker of de Europese afspraken worden gehaald.
Het schrappen van klimaatmaatregelen kan daardoor gevolgen hebben voor de vraag of Nederland uiteindelijk aan de Europese verplichtingen blijft voldoen.
Het kabinet zal dus onderscheid moeten maken tussen regels die verder gaan dan Brussel verlangt en maatregelen die nodig zijn om Europese doelen te halen.
CO2-heffing industrie onder vuur
Een van de bekendste voorbeelden van een extra Nederlandse klimaatmaatregel is de nationale CO2-heffing voor de industrie. Deze heffing komt boven op Europese regels voor de uitstoot van broeikasgassen.
Het kabinet heeft afgesproken de nationale heffing af te schaffen, omdat die de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven kan verzwakken. De precieze uitwerking is echter nog niet volledig duidelijk.
In het Belastingplan 2027 wordt gesproken over een aangepaste ontwikkeling van de tarieven. Ook het PBL beschrijft een verlaging van de heffing, waarbij uitzonderingen gelden voor afvalverbrandingsinstallaties.
Dat roept de vraag op wanneer de nationale heffing daadwerkelijk volledig verdwijnt en welke onderdelen blijven bestaan. Het gevraagde overzicht van Müller moet hierover meer duidelijkheid geven.
VVD wil vaste controle op nieuwe klimaatplannen
Het VVD-Kamerlid wil niet dat de inventarisatie beperkt blijft tot één onderzoek. Ze vraagt om een vaste controle bij ieder nieuw klimaat- of energievoorstel. Ook wil ze dat het kabinet periodiek opnieuw bekijkt welke nationale regels boven op Europese verplichtingen komen.
Als voorbeeld verwijst Müller naar een eerdere inventarisatie van minister van Financiën Eelco Heinen. Die bracht in september 2025 extra Nederlandse regels voor de financiële sector in kaart.
Heinen liet het destijds bij een overzicht. Eventuele aanpassingen konden volgens hem door een volgend kabinet worden uitgevoerd. Müller wil nu dat ook het klimaat- en energiebeleid op een vergelijkbare manier wordt doorgelicht.
Coalitie moet eigen tegenstrijdigheden uitleggen
De schriftelijke vragen maken een spanning zichtbaar binnen het kabinet-Jetten. De VVD wil onnodige Nederlandse klimaatregels terugdringen en bedrijven beschermen tegen extra kosten. Tegelijkertijd heeft de partij zelf ingestemd met nieuwe normen en het behoud van de wettelijke klimaatdoelen.
Minister Van Veldhoven heeft bovendien al aangekondigd dat zij zo nodig aanvullende maatregelen wil nemen om de klimaatdoelen dichterbij te brengen. Daarmee komt de vraag op tafel welke regels het kabinet werkelijk wil schrappen en welke verplichtingen het noodzakelijk blijft vinden.
De VVD heeft de minister gevraagd om die afweging concreet te maken voordat de Tweede Kamer over de nieuwe klimaatbegroting spreekt. Of Van Veldhoven daadwerkelijk maatregelen zal aanwijzen die kunnen verdwijnen, moet uit haar antwoorden blijken.
Voorlopig staat vooral één vraag centraal: hoeveel Nederlands klimaatbeleid wordt door Brussel verplicht en hoeveel heeft Den Haag daar zelf bovenop gelegd?

















































