Journalistenbond gooit met deelname aan de Rode Lijn haar onafhankelijkheid te grabbel
Aanstaande zondag lopen diverse organisaties mee met de grootste demonstratie sinds de grote vredesmars begin jaren ’80. Als kind van het gebroken geweertje en opgegroeid in een pacifistisch-atheïstisch milieu was ik trots op mijn vader, die in zijn Renault 4 en met zijn Baader-Meinhofbaard naar Den Haag toog om mee te lopen. Tegen kernwapens. ‘Liever een Rus in de keuken dan een raket in mijn tuin.’ Op de zwart-wittelevisie, met de antenne op het apparaat en grote druk- en draaiknoppen aan de zijkant, probeerden mijn moeder en ik mijn vader, de journalist, te ontwaren. Toen kon je niet anders dan ervoor zijn; een dergelijk onderwerp ontsteeg de partijen. Niemand was toch voor verwoesting van de aarde?
Nu, ruim veertig jaar later, gaat elke vergelijking tussen toen en nu mank. Behalve in omvang. Voor onderzoek naar een onderwerp voor het NPO-programma waaraan ik werk, scrolde ik door de organisaties die met naam en toenaam op de posters en de site van de demonstratie ‘De Rode Lijn Voorbij - geen geld voor genocide’ staan. Prima: als organisatie mag je initiatieven steunen, je mag je politiek uitspreken en wantoestanden aankaarten. Misschien ben je daarom ook wel op deze wereld. Toch heb ik moeite met bepaalde zaken rondom deze Rode Lijn, voorbij.





















































