Kabinet weigert openheid over gevoelige EU-onderhandelingen

Het kabinet wil geen openheid geven over zijn onderhandelingsstrategie in Brussel. Dat blijkt uit antwoorden op Kamervragen over de nieuwe miljardenbegroting, oftewel het Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de Europese Unie. Op de vraag of Nederland eerder met een veto heeft gedreigd bij dit soort onderhandelingen, weigert het kabinet inhoudelijk te reageren. Daarmee blijft onduidelijk hoe hard Nederland zich opstelt bij gesprekken over miljarden aan EU-afdrachten.
Het Meerjarig Financieel Kader, kortweg MFK, is de meerjarige begroting van de Europese Unie. In dat kader worden afspraken gemaakt over uitgaven en afdrachten voor meerdere jaren. De komende ronde beslaat de periode na 2027 en gaat om honderden miljarden euro’s. De Europese Commise werkt onder meer aan plannen om - ondanks het lobbyschandaal van Timmermans - een flinke zak geld vrij te maken voor ngo's, mediaprojecten en activistische netwerken.
Voor Nederland staat daarbij vooral de hoogte van de bijdrage aan de EU centraal. In dit kader wilde FVD-Kamerlid Van Houwelingen weten van minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) waar voor Nederland de grens ligt. Hoeveel extra geld is nog acceptabel? Het kabinet antwoordt dat het “als doel heeft de voorziene stijging van de Nederlandse afdrachten te beperken”.
Inmiddels is duidelijk dat Nederland in het volgende meerjarenbudget maar liefst 5 miljard euro extra gaat afdragen aan de EU-begroting. Daarvan is bijna 1 miljard bedoeld om de oorlog in Oekraïne te financieren.
Veto blijft vaag
Van Houwelingen vroeg ook of Nederland bereid is een veto uit te spreken als de uitkomst ongunstig is. Een veto is het zwaarste politieke middel binnen de EU en kan besluiten blokkeren. Het kabinet blijft op dit punt vaag. Minister Van Weel wijst erop dat het voorstel van de Europese Commissie slechts het begin is van onderhandelingen die tot 2027 kunnen duren.
“Voorafgaand aan de laatste besprekingen in de Europese Raad en de uiteindelijke stemming in de Raad over het MFK en het EMB, zal het kabinet zijn finale positie bepalen op basis van het onderhandelingsresultaat,” schrijft hij. Of een veto daarbij tot de mogelijkheden behoort, laat hij in het midden.
Geen openheid over strategie
Het meest opvallende antwoord volgt bij de derde vraag. Van Houwelingen wilde weten of Nederland in eerdere MFK-onderhandelingen ooit met een veto heeft gedreigd. Dat zou inzicht geven in hoe hard Nederland doorgaans speelt in Brussel. Het kabinet weigert die informatie te geven.
“Het kabinet doet geen uitspraken over de wijze waarop het zich opstelt tijdens vertrouwelijke onderhandelingen,” luidt het korte antwoord. Daarmee blijft niet alleen de huidige strategie geheim, maar ook het verleden.
Kritiek op gesloten houding
De weigering om openheid te geven roept vragen op over de controle door de Tweede Kamer. Het MFK heeft grote gevolgen voor de Nederlandse begroting, maar Kamerleden krijgen weinig zicht op de onderhandelingsruimte en rode lijnen van het kabinet. Zonder die informatie is het lastig om het kabinet vooraf of tijdens de onderhandelingen bij te sturen.
Tegelijkertijd benadrukt het kabinet dat het pas aan het einde van het proces een definitieve positie inneemt. Tot die tijd blijft de inzet grotendeels achter gesloten deuren.
De onderhandelingen over het nieuwe MFK bepalen hoeveel Nederland de komende jaren aan Brussel betaalt. Het kabinet zegt de stijging te willen beperken, maar wil niet zeggen hoe ver het daarvoor wil gaan. Zelfs een terugblik op eerdere veto’s wordt als vertrouwelijk bestempeld. Zo blijft de Kamer voorlopig in het duister tasten over de Nederlandse onderhandelingsstrategie.
















































