Hongarije besloot maandag om maximumprijzen voor brandstof in te voeren. De regering wil daarmee voorkomen dat huishoudens en bedrijven te hard worden getroffen door de stijgende energiekosten. Benzine mag in Hongarije maximaal 595 forint per liter kosten, ongeveer 1,50 euro. Voor diesel geldt een maximumprijs van 615 forint per liter.
Premier Viktor Orbán benadrukte dat de regering wilde ingrijpen vanwege de snelle prijsstijgingen in Europa. "De brandstofprijzen beginnen in heel Europa scherp te stijgen.” Volgens Orbán is de maatregel bedoeld om gezinnen, bedrijven en boeren te beschermen tegen de economische gevolgen van de energiecrisis.
Ook Kroatië heeft besloten om maximumprijzen voor brandstof vast te stellen. De maatregel geldt voorlopig voor een periode van twee weken. De prijs van benzine wordt begrensd op ongeveer 1,50 euro per liter. Zonder ingrijpen zou die volgens de regering zijn gestegen naar ongeveer 1,55 euro. Voor diesel komt het prijsplafond op ongeveer 1,55 euro per liter. Zonder ingrijpen zou de prijs naar verwachting rond de 1,72 euro hebben gelegen. De Kroatische regering wil met de tijdelijke maatregel de ergste prijsschokken opvangen.
In sommige Europese landen bestaan al langer maximumprijzen voor brandstof. België en Luxemburg gebruiken al jaren een systeem waarbij de overheid een maximumprijs vaststelt. In België ligt de maximumprijs voor diesel momenteel rond 1,92 euro per liter. Voor benzine is dat ongeveer 1,68 euro. Deze prijsregulering bestond al voordat de oorlog in het Midden-Oosten begon.
In Nederland houdt de regering de ontwikkelingen voorlopig in de gaten. Minister van Financiën Eelco Heinen liet weten dat het nog te vroeg is om maatregelen te nemen. Het kabinet wil eerst zien hoe de situatie op de energiemarkten zich verder ontwikkelt.