Brabantse wethouders roepen provincie op vergunningen pluimveehouders te behouden

Vijf Brabantse wethouders roepen het provinciebestuur op om de natuurvergunningen van vijf pluimveebedrijven niet in te trekken. Het gaat om bedrijven in Oirschot, Oisterwijk, Deurne, Asten en Someren. Zij willen dat de provincie wacht op de Raad van State en naast de ondernemers blijft staan, meldt het Brabants Dagblad.
De provincie overweegt de vergunningen vanaf oktober in te trekken. De pluimveehouders zouden hun huidige activiteiten dan niet meer mogen voortzetten. Volgens het provinciebestuur is geen voldoende blijvende daling van de stikstofuitstoot bereikt.
Wethouders vrezen verlies van vertrouwen
De wethouders waarschuwen voor onrust. Zij vrezen schade aan het vertrouwen tussen boeren en overheid. Ook kan de bereidheid om te verduurzamen afnemen.
In hun brief staat: 'Niet alleen de toekomst van deze vijf bedrijven staat onder druk, maar er ontstaat twijfel over de voorspelbaarheid en betrouwbaarheid van de overheid als vergunningverlener'. Zij willen daarom dat het plan van tafel gaat. Ook vragen zij snel een gesprek met de gedeputeerden.
Wethouder Joep van de Ven uit Oirschot zegt dat de procedure niet tegen individuele boeren is gericht. 'Het intrekkingsverzoek van de milieubeweging is niet gericht tegen individuele ondernemers, maar met de procedure willen ze afdwingen dat de overheid – in dit geval de provincie – meer maatregelen treft om de natuur te herstellen.' Volgens hem moet de overheid samen met ondernemers naar oplossingen zoeken.
Werkgevers en VVD slaan alarm
VNO-NCW Brabant-Zeeland is eveneens zeer bezorgd. Jan van Mourik wijst erop dat de vergunningen rechtsgeldig en onherroepelijk zijn. 'Niet alleen voor de familiebedrijven die nu direct geraakt worden. Dit reikt ook veel verder dan de veeteelt. Er zijn grote risico’s op precedentwerking. Het gaat hier om rechtsgeldige, onherroepelijke vergunningen.'
Ook een landbouwgezinde groep binnen de VVD verzet zich. Vijftig partijleden ondertekenden een brief aan VVD-fracties en het partijbestuur. 'Wie ondernemers vraagt te investeren in oplossingen, moet ook garant staan voor rechtszekerheid', schrijft het netwerk.
De VVD-groep wil intrekking pas bespreken als geen andere oplossing bestaat. Zij pleit voor lokale afspraken, maatwerk en natuurherstel per gebied. Ook lokale CDA’ers verzetten zich tegen de provinciale koers.
Vrees voor landelijk precedent
Volgens tegenstanders kan de zaak gevolgen hebben buiten Noord-Brabant. Als definitieve vergunningen later alsnog verdwijnen, kunnen ondernemers minder snel investeren. 'Dit is geen Brabants risico, maar een bedreiging voor de rechtszekerheid in heel Nederland', waarschuwt het VVD-netwerk.
De provincie kwam tot het voornemen na procedures van Mobilisation for the Environment, de organisatie van Johan Vollenbroek. De rechter bepaalde in april 2025 dat provincie, milieuorganisatie en boeren samen naar oplossingen moesten zoeken. De partijen kwamen echter niet tot overeenstemming, waardoor de vergunningen nu dreigen te worden ingetrokken.























































