In de Tweede Kamer zijn ze graag onmisbaar, maar een goede partij maakt zichzelf overbodig
Politiek bedrijven betekent problemen oplossen. Althans, in theorie is dat zo. De praktijk is anders. Het cultiveren van de problemen die partijen pretenderen te willen oplossen is het bestaansrecht en het verdienmodel van het huidige politieke systeem geworden. Want zonder problemen geen boze achterban. En dan houdt de baantjescarroussel heel snel op met draaien.
De PVV liet deze week in optima forma zien hoe een partij kiezers voor haar karretje spant, als ezels die altijd achter die eeuwige wortel aanjagen, maar hem nooit te pakken krijgen. Het eigen ‘strengste asielbeleid ooit’ is op losse schroeven komen te staan, omdat de partij van Wilders in de Eerste Kamer tegen een aanpassing in de zogenaamde Faberwetten zal stemmen, terwijl deze aanpassing er juist voor zou zorgen dat de wetten ook door de christelijk-barmhartige-kop-soep-gewetensbezwaarden van het CDA en de SGP worden aangenomen. Deze wetten zijn goed beschouwd het enige wapenfeit van de dramatische blauwe maandag waarop de PVV de scepter zwaaide over Nederland en bovendien broodnodig om de asielcrisis, die aan de basis ligt van alle andere crises in ons land, te bestrijden. Na anderhalf jaar PVV-asielbeleid overspoelen er per week nog steeds evenveel kansarme nepvluchtelingen de Nederlandse grenzen als er in Denemarken in een heel jaar binnenkomen.















































