Brussel, Zelensky en de val van Orbán: toeval of strategie?

Voor wie mijn eerdere artikelen heeft gevolgd: dit was het moeilijkste artikel om te schrijven. Niet vanwege de uitslag, maar omdat de cijfers voor zich spreken; het was een verpletterende overwinning. Was het onverwacht? Een beetje wel, want het voelt alsof we in een parallelle realiteit leefden. Wie mijn artikelen heeft gelezen, kon een zekere mate van optimisme voelen omdat de campagne van Fidesz er perfect uitzag. Een langzittende, ervaren regering in een risicovolle en dynamische geopolitieke omgeving kon alleen campagne voeren door te benadrukken dat zij de veiligste optie zijn. De campagne zag er veelbelovend uit, en het aantal kiezers van Fidesz, 2,3 miljoen, weerspiegelt dit. In 2014 betekende dit aantal een tweederde meerderheid; zondag was dit genoeg om te verliezen.
Ondanks hun verlies hielden Viktor Orbán en zijn partij het hoofd hoog, en dat is belangrijk voor de kiezers. Fidesz moet serieus bij zichzelf te rade gaan, niet alleen over de verkiezingscampagne, maar ook over de afgelopen zestien jaar aan de macht. Niet omdat het slecht ging, want 2,3 miljoen Hongaren zeiden nog steeds: ‘Ga alsjeblieft door met wat jullie deden.’ Dit is een gemeenschap waarop men kan voortbouwen en niet het einde van Fidesz, zoals sommige linkse politicologen het proberen voor te stellen. Vergeleken met de verpletterende overwinning van Fidesz in 2010, toen de Hongaarse Socialistische Partij (MSZP) 990.428 partijlijststemmen kreeg tegenover de 2,7 miljoen van Fidesz.
















































