Zestig jaar energiebeleid: hoe Nederland zijn strategische speelruimte verkleinde

Nederland had alles in huis om zijn energievoorziening stevig te verankeren. Eigen steenkool, een van de grootste aardgasvelden ter wereld, nucleaire kennis, een sterke industrie en een gunstige ligging aan zee. Toch hebben opeenvolgende kabinetten in zestig jaar tijd steeds meer binnenlandse energieopties opgegeven. Soms om economische redenen, maar steeds vaker vanuit een bijna naïef vertrouwen dat alternatieven, importstromen en internationale markten beschikbaar zouden blijven wanneer wij ze nodig hadden.
Lees ook

Stroomnet afgesloten in grote delen van Nederland: warmtepomp en zonnepanelen onbruikbaar
Daarbij moeten twee begrippen uit elkaar worden gehouden. Leveringszekerheid is niet hetzelfde als strategische autonomie. Nederland kan voldoende energie binnenkrijgen via pijpleidingen, LNG-terminals en Europese markten, terwijl het tegelijk minder mogelijkheden heeft om in een crisis zelf extra productie aan te zetten. Nederland is sinds 2018 netto-importeur van gas, maar beschikt tegelijkertijd over sterke verbindingen met buurlanden en twee LNG-terminals.

















































