Angstcultuur op asielschip Silja in Rotterdam

Op asielschip Silja in Rotterdam heerst een angstcultuur. Managers maken zich volgens medewerkers schuldig aan racisme, seksisme en intimidatie. Ze kaartten dat herhaaldelijk aan, maar het COA deed niets. Dat blijkt uit onderzoek van EenVandaag, op basis van getuigenissen, documenten, meldingen en brandbrieven.
Op de Silja wonen 2.000 statushouders. Er werken ruim tachtig COA-medewerkers. Zes van hen doen anoniem hun verhaal, uit angst voor de gevolgen. Een medewerker met een hoofddoek werd bedreigd door een bewoner. Haar manager zou daarna hebben gezegd dat ‘een theedoekje minder’ niet zo erg was. Een andere manager noemde bewoonsters in een boerka ‘brievenbussen’. Ook vielen termen als ‘groepje exotisch’ en ‘groepje Mohammeds’.
Eén manager verhult het niet eens, zegt een medewerker. „In zijn kantoor hangt gewoon een trui met ‘gelukszoeker’ en die draagt hij ook gewoon.”
Bij sollicitaties zou hetzelfde patroon spelen. Kandidaten met een migratieachtergrond vallen volgens medewerkers af. Een manager zou openlijk hebben gezegd: „Ik wil alleen maar lekkere wijven op de boot, want ik moet er wel naar kunnen kijken.”
Het ziekteverzuim is hoog en het personeelsverloop ook. Over zieke collega’s zei een manager: „Ik wil ze zo erg leegprikken dat ze zelf weggaan.” Gesprekken met leidinggevenden verlopen vaak intimiderend. Een van de kantoren heet inmiddels het ‘slachtkantoor’.
Eind vorig jaar stuurden medewerkers een brandbrief. In plaats van een aanpak volgde een jacht op de opstellers. Anonieme klachten bij het hogere COA-management kwamen via een regiomanager weer terecht bij de managers zelf. Bij het meldpunt integriteit zijn volgens een medewerker twintig klachten ingediend. „Er gebeurt niks, het COA zwijgt.” Begin oktober stuurden de medewerkers een brandbrief naar het ministerie van Asiel en Migratie. Het ministerie bevestigt dat het de brief heeft ontvangen.
Het COA erkent dat meldingen over integriteit en veiligheid op de Silja te lang zijn blijven liggen. Een extern bureau gaat onderzoek doen. Het COA noemt de uitspraken ‘zeer ernstig’, maar zegt dat het onderzoek moet uitwijzen of ze echt zijn gedaan. De betrokken managers reageerden niet op vragen van EenVandaag.




















































