Bij een begrotingsdebat voor Justitie en Veiligheid wijdt Van der Plas haar bijdrage aan de facilitaire kaalslag op het platteland. Ze begint: "Er is een crisis die nooit urgent genoeg lijkt en die altijd de aandachtwedstrijd van andere crisissen verliest. Maar het is wel een crisis die langzaam kloven slaat in onze welvaartsstaat, onze nationale eenheid en solidariteit. Ik heb het over de slowmotionramp in onze dorpen en buitengebieden: de voorzieningencrisis op het platteland."
Van der Plas geeft concrete voorbeelden: "Buslijnen, treinstations, scholen, ziekenhuizen, pinautomaten, winkels, de bieb, de gemeentekantoren, de CBR-kantoren, zwembaden en brandweerposten verdwijnen. Mensen in de regio zien belangrijke voorzieningen wegsijpelen."
Ze vervolgt: "Het platteland trekt stelselmatig financieel aan het kortste eind en moet het met minder geld doen. Het is stedenverheerlijking die diepgeworteld is hier in Den Haag: 'Alle pijlen op de stad. Achter de A10, de ring bij Amsterdam, wonen ook nog wat mensen die wat van ons willen.'"
Tot slot concludeert Van der Plas: "De plattelandscrisis wordt door opeenvolgende kabinetten gebracht als een soort natuurwet. Het lijkt wel alsof het de lotsbestemming is van de school in Aalten om te sluiten, dat het schrappen van buslijn 10 van Hulst naar Breda onvermijdelijk is en dat het politiebureau in Grouw voorbestemd was om te sluiten. Maar dat is niet zo. Dat zijn stuk voor stuk politieke keuzes."