Keijzer botst met Marcouch over overlast Syrische asielzoekers

Demissionair minister Mona Keijzer (Asiel en Migratie, BBB) heeft scherp gereageerd op uitspraken van burgemeester Ahmed Marcouch van Arnhem over de overlast door Syrische asielzoekers. Keijzer zegt het beeld dat Marcouch schetst niet te herkennen en wijst de verantwoordelijkheid deels terug naar de gemeenten.
Arnhem kampt al maanden met geweld en overlast door een groep van ongeveer honderd Syrische jongeren. Het gaat om jonge asielzoekers die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen. Burgemeester Marcouch waarschuwde eerder dat de situatie uit de hand loopt en sprak van een structureel probleem. Volgens Marcouch is het voortdurende verplaatsen van jonge vluchtelingen een belangrijke oorzaak van de problemen. In interviews stelde hij dat deze jongeren te kort op één opvanglocatie verblijven om te kunnen hechten of integreren.
"Jonge vluchtelingen die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen, blijven te kort in een opvang om zich te hechten en te integreren. Voordat ze er erg in hebben, worden ze overgeplaatst naar een nieuwe locatie”, zei Marcouch. Niet alleen in Arnhem spelen deze problemen. Ook in andere steden, zoals Utrecht, is sprake van overlast door jonge Syrische asielzoekers.
Minister Keijzer zegt niet te begrijpen wat Marcouch precies bedoelt. Volgens haar is het niet zo dat jongeren willekeurig worden verplaatst zonder aanleiding. "Als je Nederland binnenkomt, word je geregistreerd en ga je naar een opvangplek. Als je er een volledige bende van maakt, ga je naar een andere plek. Het beeld dat de burgemeester schetst, herken ik niet", vertelt ze aan het AD.
Marcouch stelt dat hij de problematiek meerdere keren onder de aandacht heeft gebracht bij het ministerie. Dat deed hij eerder bij Keijzers voorganger Marjolein Faber en later ook bij Keijzer zelf. Volgens de burgemeester bleef verdere reactie uit.
Keijzer was niet te spreken over de opmerkingen van de Arnhemse burgemeester: "Als meneer Marcouch vindt dat hij te weinig van mij persoonlijk hoort, dan zou ik zeggen: ‘bel mij even in plaats van dat je de krant belt’. Hij heeft mijn nummer."














































