Kabinet wil geen afgezwakte invoering van digitale euro

Het demissionaire kabinet ziet niets in een beperkte of gefaseerde invoering van de digitale euro. Minister van Financiën Eelco Heinen maakt duidelijk dat Nederland geen digitale euro wil zowel offline als online werkt. Volgens hem heeft zo’n halve invoering weinig zin en creëert die juist onzekerheid bij banken, bedrijven en burgers.
De uitspraak volgt op Kamervragen over een kritisch rapport uit het Europees Parlement. Daarin pleit de Spaanse Europarlementariër en rapporteur José Manuel Navarrete voor een voorzichtige aanpak. Zijn voorstel: als de digitale euro er komt, begin dan uitsluitend met een offline variant. De online versie zou pas later mogen volgen, en alleen onder strikte voorwaarden.
Wantrouwen tegen nut en noodzaak
De digitale euro ligt al langer onder een vergrootglas. Contant geld bestaat nog steeds, pinbetalingen werken goed en nieuwe private betaaloplossingen dienen zich snel aan. Ook Navarrete vraagt zich af of de invoering van de digitale euro noodzakelijk is. In zijn analyse schrijft hij dat een digitale euro “niet de oplossing lijkt te zijn, en in sommige gevallen zelfs niet de meest optimale oplossing vanuit kosten-batenperspectief”.
Volgens de Europese Centrale Bank is een digitale euro nodig om de rol van publiek geld te behouden, om minder afhankelijk te worden van niet-Europese betaalbedrijven en om het gebruik van buitenlandse stablecoins te beperken. Maar juist die brede doelstelling maakt het project volgens critici vaag en risicovol.
Minister: alles of niets
Minister Heinen wijst een gefaseerde invoering resoluut af. Een digitale euro die alleen offline te gebruiken is, mist volgens hem samenhang en overtuiging. “De online en offline functionaliteiten zijn samen cruciaal,” schrijft hij. Alleen dan kan volgens de minister de rol van publiek geld in een steeds digitaler betalingsverkeer overeind blijven.
Daarmee maakt Heinen duidelijk dat het kabinet geen symbolische of experimentele invoering ziet zitten. Een digitale euro moet in één keer duidelijk zijn in opzet en gebruik. Half werk leidt volgens hem vooral tot onduidelijkheid. Banken, betaaldienstverleners en bedrijven moeten tijdig weten waar ze aan toe zijn en hun systemen daarop kunnen aanpassen.
Risico’s blijven in beeld
Tegelijkertijd worden de risico’s van een digitale euro ook in Den Haag onderkend. In Europese discussies wordt openlijk gesproken over mogelijke gevolgen voor de financiële stabiliteit. Als burgers hun geld massaal bij de centrale bank kunnen stallen, kan dat commerciële banken onder druk zetten. Dat verklaart ook waarom de Europese Commissie werkt met limieten op hoeveel digitale euro’s iemand mag aanhouden.
Navarrete wijst daarnaast op zorgen over privacy, concurrentieverhoudingen en extra verplichtingen voor banken, bijvoorbeeld op het gebied van fraudebestrijding en witwascontrole. Volgens hem vraagt dat om terughoudendheid, zeker nu Europa voor grote economische en geopolitieke keuzes staat.
Eerst kijken naar alternatieven
Opvallend is dat minister Heinen juist wél ruimte ziet voor private betaalinitiatieven. Hij noemt daarbij Wero, een Europees betaalsysteem dat door commerciële banken wordt ontwikkeld. Volgens Heinen draagt dat bij aan een “divers en weerbaar betaallandschap”.
Daarmee onderstreept hij dat de digitale euro voor het kabinet geen doel op zich is. Private oplossingen mogen blijven bestaan en hoeven niet te worden verdrongen. Volgens de minister kunnen zulke systemen naast een digitale euro functioneren, mits die digitale euro helder en volledig wordt ingevoerd.
















































