Belgische rechter veroordeelt verbod op conservatieve conferentie

De Brusselse rechtbank heeft een duidelijke uitspraak gedaan in de zaak rond de rechtse Nationaal Conservatieve Conferentie, beter bekend als NatCon. De Franstalige rechtbank van eerste aanleg oordeelde dat de gemeente Sint-Joost-ten-Node onrechtmatig handelde door de conferentie in april 2024 te verbieden. Volgens de rechter was sprake van een ongeoorloofde inperking van fundamentele vrijheden, meldt MCC Brussels.
Met deze uitspraak sluiten nu zowel Franstalige als Nederlandstalige rechters in België zich eensgezind aan bij de verdediging van de vrijheid van meningsuiting en het recht op vreedzame vergadering. Eerder had ook de Raad van State al twee keer geoordeeld in het voordeel van de organisatoren.
Verbod zonder deugdelijke onderbouwing
De rechtbank wijst erop dat overheden niet alleen moeten afzien van indirecte of buitensporige beperkingen van grondrechten, maar ook een positieve plicht hebben om deze rechten actief te beschermen. Dat geldt volgens de rechter ‘ongeacht de ideeën die tijdens een legaal evenement worden geuit’.
In plaats van te kijken welke veiligheidsmaatregelen nodig waren om de conferentie door te laten gaan, koos de gemeente voor een algeheel verbod. De rechtbank stelt vast dat er geen concreet bewijs was dat de openbare orde niet kon worden gehandhaafd. Daarmee was het verbod een onrechtmatige inmenging in constitutionele rechten.
Burgemeester verantwoordelijk
De rechtbank rekent het besluit rechtstreeks aan burgemeester Emir Kir. Het verbod wordt aangemerkt als een civiele fout. De gemeente is veroordeeld tot het betalen van één euro symbolische schadevergoeding, als erkenning van de morele schade die is geleden. Ook moet zij de proceskosten betalen.
Hoewel het bedrag symbolisch is, laat de rechter geen twijfel bestaan over de ernst van de zaak. De schade is erkend en het handelen is expliciet als onwettig bestempeld. Daarmee ligt de verantwoordelijkheid duidelijk vast.
Geen ‘heckler’s veto’
Belangrijk is dat de rechter het argument afwijst dat mogelijke protesten of algemene veiligheidszorgen voldoende reden zouden zijn voor een verbod. Omdat er geen aanwijzingen waren voor geweld vanuit het evenement zelf, had de overheid juist de plicht om de bijeenkomst te beschermen.
De rechtbank maakt hiermee korte metten met het idee van een ‘heckler’s veto’. Dreiging van verstoring door derden mag volgens de rechter niet worden gebruikt om legaal georganiseerde meningsuiting te onderdrukken.
‘Historisch oordeel’
Frank Furedi, directeur van MCC Brussels, noemt de uitspraak van groot belang. ‘Dit oordeel is van historisch belang. Het bevestigt dat overheden niet alleen vrijheid van meningsuiting moeten dulden, maar actief moeten beschermen.’ Hij benadrukt dat beide taalgemeenschappen in België nu tot dezelfde conclusie zijn gekomen: ‘Censuur, zelfs vermomd als administratieve noodzaak, hoort niet thuis in een democratische rechtsstaat.’
Ook advocaat Yohann Rimokh spreekt van een uitzonderlijke uitspraak. ‘Deze beslissing is zeer moedig.’ Volgens hem is het bijzonder dat in België zo’n brede juridische eensgezindheid is ontstaan. ‘Het is lang geleden dat België zo’n strijd heeft gezien ter verdediging van vrijheid van meningsuiting en vergadering.’
Volgens MCC Brussels zet het vonnis een belangrijk precedent. Beperkingen van grondrechten zullen voortaan scherper worden getoetst, ongeacht taalgebied of politieke gevoeligheid.



















































