Burgemeester Hardenberg weert FVD-raadsleden van dodenherdenking

In de aanloop naar de dodenherdenking op 4 mei is in Hardenberg een politieke rel ontstaan tussen burgemeester Maarten Offinga en Forum voor Democratie (FVD). De partij verwijt de burgemeester dat hij haar wil weren van de herdenking. Offinga ontkent dat en spreekt van een verkeerde voorstelling van zaken. Vier dagen voor de plechtigheden ligt het conflict openlijk op straat.
FVD zegt tegen Tubantia “verbijsterd te zijn over de ‘onacceptabele handelswijze’” van de burgemeester. De partij verwijst naar een gesprek op 14 april, waarin Offinga volgens hen zou hebben aangegeven dat FVD-raadsleden niet welkom zijn bij de herdenking. Fractievoorzitter Iris Treur noemt dat “een aantasting van onze integriteit en positie als gekozen volksvertegenwoordigers.”
Burgemeester Offinga reageert fel op de beschuldigingen. Volgens hem is er geen sprake van een verbod. “Nee, ik heb ze geen verbod opgelegd om naar een herdenking te komen. Dat kan ik als burgemeester niet eens. Iedereen is welkom. Daarom geeft dit me zo’n ongemakkelijk gevoel.” Hij stelt dat het gesprek bedoeld was om gevoeligheden te bespreken, niet om partijen uit te sluiten.
Volgens Offinga is de context van het gesprek door FVD onvolledig naar buiten gebracht. “Forum legt nu een bommetje neer, terwijl we juist een open en prettig gesprek voerden. De inhoud was vertrouwelijk, maar zij maken die nu scherp en fel openbaar. En het is ook nog eens niet de hele waarheid.” Hij wijst erop dat de discussie vooral ging over verschillen tussen landelijke en lokale standpunten van de partij.
In Hardenberg leggen gemeenteraadsleden namens de inwoners kransen tijdens de herdenkingen in verschillende dorpen. Het college bepaalt wie waar vertegenwoordigt. FVD, dat vier zetels behaalde bij de laatste verkiezingen, wil twee raadsleden afvaardigen. Offinga stelt dat hij heeft voorgesteld om eerst meer duidelijkheid te krijgen over standpunten rond gevoelige historische thema’s. Mocht dat niet lukken, dan zou het volgens hem beter zijn om deelname in officiële rol uit te stellen. Tegelijk benadrukt hij dat individuele aanwezigheid niet wordt tegengehouden.
De situatie escaleerde verder nadat een tweede gesprek tussen beide partijen niet doorging. Offinga stelt dat hij op 20 april beschikbaar was, maar dat FVD niet kwam opdagen. “Mail, telefoon, WhatsAppberichten. We kregen ze niet te pakken.” FVD spreekt dat tegen en zegt eerst een reactie op een brief te willen afwachten. Die brief, waarin de partij haar onvrede uit, bleef volgens FVD onbeantwoord. Offinga zegt dat hij de kwestie juist zorgvuldig wilde behandelen en eerst intern wilde bespreken. “Nee, ik heb geen spijt. Ik wilde dit rustig en behoedzaam afhandelen.”
Ondanks het conflict zijn de FVD-raadsleden welkom bij de herdenkingen op 4 mei, maar niet in een officiële raadsfunctie. Volgens Offinga kunnen zij die rol mogelijk in de toekomst vervullen. De partij blijft echter bij haar standpunt en eist excuses. Offinga weigert die. “Er valt niets recht te zetten. Zij moeten zich beraden. FVD brengt een vertrouwelijk gesprek naar buiten.”



















































