Nederland minder beschermd tegen drones omdat radars in Oekraïne zijn

Nederland heeft een periode minder goed drones boven vliegvelden kunnen detecteren, doordat radarcapaciteit is ingezet in Oekraïne. Dat blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Gijs Tuinman (Defensie) op Kamervragen. Hij erkent daarbij dat een gebrek aan afdoende drone-detectie in theorie Nederlandse mensenlevens kan kosten. De levering van nieuwe drones wordt pas tegen 2028 verwacht.
Hoeveel Robin Radars precies naar Oekraïne zijn gestuurd, blijft geheim. Volgens Tuinman doet Defensie hierover geen uitspraken vanwege operationele en veiligheidsredenen. De Tweede Kamer wordt daar wel vertrouwelijk over geïnformeerd via periodieke leveringsbrieven over militaire steun aan Oekraïne.
Dat betekent dat publiekelijk niet is vast te stellen hoeveel radarcapaciteit Nederland tijdelijk heeft afgestaan. Ook is niet duidelijk welk effect dat concreet had op de bescherming van vliegvelden en andere gevoelige locaties.
Nieuwe radars pas in 2028 beschikbaar
Om het tekort op te vangen, heeft Defensie nieuwe radars besteld. Deze zijn volledig bestemd voor de bescherming van Nederlands grondgebied. Volgens de staatssecretaris gaat het om systemen die speciaal zijn bedoeld voor het detecteren van kleine drones, die met bestaande middelen lastig te zien zijn.
De radars moeten helpen om sneller een beeld te krijgen van mogelijke dreigingen. Op basis daarvan kan worden bepaald welke middelen worden ingezet. De systemen worden gebruikt door beveiligingseenheden en operationele drone-interventieteams.
De levering laat echter nog op zich wachten. De nieuwe radars worden pas in 2028 verwacht.
Drones vormen groeiende dreiging
Tuinman erkent dat het gebrek aan afdoende drone-detectie in theorie levens kan kosten. Hij wijst daarbij op de oorlog in Oekraïne, waar de snelle ontwikkeling van drones en antidrones duidelijk zichtbaar is. Daardoor zijn steeds meer scenario’s voorstelbaar waarin drones worden ingezet met mogelijk slachtoffers tot gevolg.
Volgens Defensie is het moeilijk om te voorspellen hoe deze dreigingen zich precies zullen ontwikkelen. Wel stelt het ministerie dat het investeert in de meest waarschijnlijke risico’s, zowel voor nu als voor de toekomst.
Samenwerking met industrie en kennisinstellingen
Om beter voorbereid te zijn, werkt Defensie aan een nieuwe aanpak. Binnen het Actieplan Productiezekerheid Onbemenste Systemen is afgelopen najaar een andere werkwijze gestart. Daarbij vraagt Defensie de markt niet om specifieke producten, maar om oplossingen voor gewenste operationele effecten.
Defensie ontwikkelt die oplossingen samen met bedrijven en kennisinstellingen. Het doel is om sneller nieuwe technologie te kunnen inzetten en opschalen als dat nodig is.
Daarnaast speelt Nederland een leidende rol binnen Europa op het gebied van drones en antidrones. Samen met Letland en Kroatië is Nederland aangewezen als lead-nation binnen een Europees samenwerkingsverband dat voortkomt uit de plannen voor defensiegereedheid richting 2030.
Vliegvelden nooit volledig beschermd
De staatssecretaris benadrukt dat er geen volledig waterdicht verdedigingssysteem bestaat voor vliegvelden. Dat geldt nu en waarschijnlijk ook in 2028, wanneer de nieuwe radars worden geleverd. Detectie van drones gebeurt altijd met meerdere systemen tegelijk.
Welke systemen momenteel worden ingezet en hoe vliegvelden precies worden beschermd, wil Defensie niet toelichten. Dat gebeurt opnieuw uit operationele en veiligheidsredenen.
Wel stelt Tuinman dat Defensie samen met industrie en kennisinstellingen voortdurend zoekt naar extra middelen en nieuwe manieren om drones beter te detecteren. De inzet van radarcapaciteit in Oekraïne laat volgens hem zien hoe snel militaire keuzes ook gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid dichter bij huis.






















































