Boeren zien polder verdwijnen door natuurproject, terwijl rechterlijke toets nog moet volgen

In de polders rond Bodegraven mogen ingrijpende werkzaamheden beginnen, ook al is de inhoudelijke rechtszaak over het project nog niet behandeld. De rechtbank Midden-Nederland ziet geen reden om de uitvoering voorlopig stil te leggen, blijkt uit een vonnis dat is ingezien door NieuwRechts. Voor de betrokken agrariërs betekent dat dat hun landbouwgebied de komende maanden ingrijpend wordt veranderd, terwijl hun bezwaren nog inhoudelijk door de rechter moeten worden beoordeeld.
Het gaat om het project Natuurontwikkeling Bodegraven-Noord, waarbij agrarische polders worden omgevormd tot natuurgebied binnen het Natuurnetwerk Nederland. Volgens de boeren maakt dit hun gronden op termijn ongeschikt voor landbouw. Zij spreken van een afbraak van de polder, niet van een aanpassing.
Natuurdoelen botsen met landbouwbelang
De omgevingsvergunning, verleend door het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, maakt het mogelijk om waterpeilen te verhogen, peilscheidingen aan te leggen en dammen met duikers te realiseren in de Noordzijpolder, Meijepolder en Polder Weijland. De maatregelen zijn bedoeld om natuurontwikkeling mogelijk te maken.
De agrariërs die in en rond het gebied actief zijn, vrezen dat deze ingrepen hun bedrijfsvoering structureel ondermijnen. Door hogere waterstanden en veranderde waterstromen zouden percelen kunnen vernatten of inklinken. Dat heeft directe gevolgen voor draagkracht, opbrengst en het gebruik van de grond.
Volgens de boeren wordt hiermee feitelijk gekozen voor natuurdoelen, terwijl de gevolgen voor bestaande landbouwbedrijven onvoldoende worden meegewogen.
Bezwaren erkend, maar zonder gevolg
De agrariërs maakten eerder bezwaar tegen de vergunning. Die bezwaren werden in juli 2025 door het hoogheemraadschap gegrond verklaard. Toch bleef de vergunning in stand, zij het met een aangepaste motivering en gewijzigde voorschriften. De boeren stapten daarop naar de rechter.
Toen duidelijk werd dat de provincie Zuid-Holland eind januari 2026 wilde starten met de werkzaamheden, vroegen zij om een voorlopige voorziening. Daarmee wilden zij voorkomen dat de polder al onomkeerbaar zou worden veranderd voordat de rechter inhoudelijk naar de zaak kijkt.
Rechter ziet geen reden om in te grijpen
De voorzieningenrechter wees dat verzoek af. Volgens de rechtbank is niet voldoende aangetoond dat de werkzaamheden die tot begin april 2026 zijn gepland, nu al tot onomkeerbare schade leiden. De zorgen van de boeren over vernatting, bodeminklinking en waterkwaliteit worden als begrijpelijk aangemerkt, maar in deze fase onvoldoende concreet onderbouwd.
Daarmee mogen de werkzaamheden doorgaan tot de inhoudelijke behandeling van het beroep op 9 april 2026.
Kosten en verplichtingen wegen zwaar
Bij de belangenafweging keek de rechter ook naar de positie van de provincie Zuid-Holland en Natuurmonumenten. Het project maakt deel uit van nationale en Europese afspraken over natuurontwikkeling. Uitstel zou volgens de provincie leiden tot forse vertraging en financiële schade. Aannemers zijn al gecontracteerd en uitstel zou ongeveer 70.000 euro per week kosten.
Die belangen wegen volgens de rechtbank zwaarder dan de vrees van de agrariërs voor schade op korte termijn.
Onzekerheid voor boeren blijft
Voor de boeren betekent de uitspraak dat zij de komende maanden moeten toezien hoe hun omgeving ingrijpend verandert, terwijl nog niet vaststaat of de vergunning juridisch standhoudt. In hun ogen wordt de polder in deze periode feitelijk onbruikbaar gemaakt voor landbouw, nog voordat de rechter definitief heeft geoordeeld.
De rechtbank benadrukt dat de werkzaamheden plaatsvinden op eigen risico van de vergunninghouder, omdat de vergunning nog niet onherroepelijk is. Mocht later blijken dat het besluit geen stand houdt, dan kunnen daar gevolgen aan worden verbonden. Voorlopig is die onzekerheid echter volledig voor rekening van de boeren.
Het inhoudelijke oordeel volgt in april. Tot die tijd gaan de werkzaamheden door, en blijft de spanning bestaan tussen bovenaf opgelegd natuurbeleid en de belangen van boeren die al generaties lang in de polder werken.




















































