Verkrachtingszaak niet gemeld uit angst voor ‘stigmatisering' moslims

Een zedenzaak in Berlijn zorgt voor grote ophef. Medewerkers van een jeugdcentrum zouden ernstige misdrijven niet hebben gemeld bij de politie. Volgens een verklaring gebeurde dat uit angst om verdachte moslims te ‘stigmatiseren’. Het gaat om een zaak rond een 16-jarig meisje dat slachtoffer zou zijn geworden van seksueel geweld, meldt Bild.
De beschuldigingen staan in een beëdigde verklaring die is ingediend bij lokale autoriteiten. Medewerkers van een nabijgelegen instelling stellen dat zij herhaaldelijk hebben aangedrongen op actie. Toch zou het jeugdcentrum aan de Wutzkyallee in Neukölln niets hebben gedaan. Dat gebeurde ondanks signalen over verkrachting en chantage met videobeelden.
Volgens de verklaring was er bewust gekozen om geen melding te doen. Een coördinator zou hebben gezegd dat de betrokken ‘moslimjongens’ al bekend waren bij de politie. Verdere stappen zouden volgens die redenering kunnen leiden tot extra marginalisering. Die afweging ligt nu zwaar onder vuur.
Ernstige beschuldigingen en stilzwijgen
De zaak draait om meerdere incidenten. Het meisje zou in november zijn verkracht in het jeugdcentrum. Later zou zij opnieuw slachtoffer zijn geworden van seksueel geweld, dit keer door een groep van maximaal acht jongeren. De verdachten zijn volgens justitie tussen de 15 en 19 jaar oud.
In de verklaring wordt gesproken over een patroon van gedrag dat maanden aanhield. Daarbij gaat het om betastingen en ongewenst fysiek contact. Ook zouden meisjes op schoot zijn getrokken tegen hun wil. De ernst van de beschuldigingen maakt de zaak extra gevoelig.
Volgens de verklaring zijn de incidenten gefilmd. Die beelden zouden zijn gebruikt om het slachtoffer onder druk te zetten. Er zou zelfs geprobeerd zijn om contact te leggen met haar jongere zus.
Onderzoek en politieke druk
Volgens de verklaring waren zowel het jeugdcentrum als de lokale jeugdzorg al weken op de hoogte. Toch werd de politie niet ingeschakeld. Pas nadat media over de zaak berichtten, kwamen de autoriteiten in actie. Dat roept vragen op over verantwoordelijkheid en toezicht.
Het Openbaar Ministerie is inmiddels een onderzoek gestart. Daarbij wordt gekeken naar de rol van de verdachten, maar ook naar het handelen van medewerkers. Onderzocht wordt of zij hun wettelijke plichten hebben geschonden door niets te melden.
Politiek zorgt de zaak ook voor spanning. Jeugdwethouder Sarah Nagel ontkent dat er sprake is van een doofpot. Zij stelt dat de achtergrond van de verdachten geen rol speelde. Toch blijkt dat zij al eerder op de hoogte was van de situatie. Inmiddels gaan er stemmen op voor haar vertrek en wordt gesproken over een motie van wantrouwen.


















































