Journalist onthult macht achter asiellobby: 'Mensen hebben geen idee hoe machtig dat netwerk is'

Onderzoeksjournalist Peter Siebelt onderzoekt al decennia de invloed van linkse netwerken in Nederland. Volgens hem gaat het niet om een losse verzameling activisten, maar om een breed en historisch gegroeid stelsel van overheidsorganisaties, politieke partijen, kerken, universiteiten, media en gesubsidieerde ngo's. Vooral rond asielmigratie ziet hij een machtig netwerk dat beleid beïnvloedt en publieke middelen ontvangt. In gesprek met NieuwRechts waarschuwt hij dat de macht van dit netwerk nog moeilijk terug te draaien is. "Mensen hebben geen idee hoe machtig dat netwerk is." Siebelt is daarom ook bezig om op basis van eigen onderzoek een boek uit te geven over de linkse netwerken achter de asielindustrie.
Wie spreekt over linkse netwerken, begeeft zich al snel op glad ijs. Het begrip roept bij sommigen de gedachte op aan complotdenken. Siebelt verwerpt dat. Hij zegt niet te doelen op een geheime structuur, maar op zichtbare verbanden tussen mensen en organisaties die elkaar kennen, elkaar versterken en vaak dezelfde politieke richting op bewegen. Volgens hem is dat niet wezenlijk anders dan netwerken in het bedrijfsleven.
"Je hebt een cirkel van mensen", zegt Siebelt. "Vergelijkbaar met het bedrijfsleven zijn dat mensen die regelmatig met elkaar overleggen. Grote kopstukken. En dat heb je dus binnen die linkse beweging ook." Volgens hem zitten die mensen op invloedrijke plekken. "Dat zijn mensen die zitten in de kerk, op universiteiten, in de media, in de politiek en in allerlei gesubsidieerde groeperingen."
Nog geen betalend lid? Steun het subsidievrije geluid van NieuwRechts.nl. Sluit nu een abonnement af met korting:
Volgens Siebelt overlapt het linkse migratienetwerk met linkse milieuorganisaties, vluchtelingenorganisaties, mensenrechtenclubs en politieke bewegingen. Ze delen mensen, ideeën, strategieën en geldstromen. "Het overlapt allemaal met elkaar," zegt hij. "Het is net een grote supermarkt waarin allerlei producten verkocht worden. Als het ene product, zoals de apartheid in Zuid-Afrika, niet meer goed verkoopt, wordt een ander product van stal gehaald. Momenteel zijn dat bijvoorbeeld asiel, klimaat en stikstof."
Van solidariteitsbewegingen naar migratie
Om de huidige invloed van deze netwerken te begrijpen, kijkt Siebelt terug naar de Koude Oorlog. In die periode ontstonden vanuit de Sovjet-Unie volgens hem in het Westen talloze solidariteitsbewegingen rond landen en bevrijdingsbewegingen in de voormalige koloniale wereld.Voorbeelden hiervan zijn volgens Siebelt het Angola Comité, het Zuid-Afrika Comité, het Chili Comité en het Filipijnen Comité.
Volgens Siebelt werden die comités gebruikt om politieke druk uit te oefenen op westerse regeringen. Ze stonden in het teken van antikolonialisme, internationale solidariteit en steun aan revoluties. "Vanuit die comités werd allemaal druk uitgeoefend," zegt hij. "Politieke druk op de westerse gemeenschappen om die revoluties te steunen."
Toen de dekolonisatie grotendeels was voltooid, verdwenen die structuren volgens hem niet. Ze pasten zich aan. De thema’s veranderden, maar de netwerken bleven bestaan. "Als een product niet meer verkoopt, bijvoorbeeld anti-apartheid, dan hebben ze weer een nieuw productje," zegt hij. "Op dit moment is de hele asielindustrie een enorm netwerk. Het is een moloch."
Siebelt benadrukt dat de val van de Berlijnse Muur een belangrijk kantelpunt was. De directe band met het Oostblok verdween volgens hem. Maar wat in het Westen was opgebouwd, bleef zelfstandig bestaan. "Toen de Muur omlaag kwam in Berlijn, in 1989, is dat kind dat door het Oostblokland gecreëerd is binnen het Westen zelfstandig geworden en zijn eigen koers gaan varen."
Daarna kwamen volgens hem nieuwe thema’s centraal te staan. Milieu, vluchtelingen, mensenrechten en internationale solidariteit namen de plaats in van oudere strijdpunten. "Die zijn toen bezig gegaan met milieu en met vluchtelingen en ga zo maar door," zegt hij. "En een van de machtigste organisaties daarin, waar mensen geen enkel idee van hebben, is VluchtelingenWerk Nederland."
VluchtelingenWerk als spil in een groter geheel
Volgens Siebelt is deze organisatie een onderdeel van een veel groter juridisch en politiek netwerk. Volgens hem gaat het niet alleen om opvang of begeleiding, maar ook om juridische procedures, internationale contacten en beïnvloeding van beleid.
"VluchtelingenWerk Nederland heeft een afdeling en dat heet: wij procederen tot het eind," zegt hij. "Daarin zitten juristen en hoogleraren. Die procederen tot het eind, tot het Hof van Europa voor de rechten van asielzoekers."
Volgens Siebelt loopt deze invloed verder dan Nederland. Met name de Europese verbanden, zoals de Europese Raad voor Vluchtelingen en Ballingen (ECRE), waar vluchtelingenorganisaties uit heel Europa bij betrokken zijn, speelt ook in de Nederlandse migratiepolitiek een grote rol, stelt Siebelt. "Daar zitten alle asielorganisaties van Europa in, alle vluchtelingenorganisaties," zegt hij. "En dan heb je een netwerk van juristen in Europa die asielzaken doen. Dan praat je over duizenden juristen."
Die organisaties hebben volgens hem contact met Europese en internationale instellingen. "Zij hebben dagelijks contact met de Europese Commissie, met het Europese Hof en met de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties. Ook zijn er lijnen met de Democratische Partij in de Verenigde Staten"
Volgens Siebelt ontstaat daardoor een verwevenheid die nauwelijks nog te doorbreken is. Hij ziet politieke verbindingen, met name met linkse partijen zoals de Partij van de Arbeid. Volgens Siebelt zijn deze netwerken de afgelopen decennia zo sterk geworden dat je er moeilijk omheen kan. "Op een gegeven moment is er een verwevenheid die niet meer terug te draaien is."
De kosten van de asielsector
Een belangrijk onderdeel van Siebelts kritiek is de financiering. Hij stelt dat de asielsector grotendeels draait op publiek geld. Daarmee bedoelt hij niet alleen subsidies aan organisaties, maar ook de kosten van juridische procedures, opvang, COA-locaties, azc’s en de bredere gevolgen van migratiebeleid.
"Het wordt gewoon van ons belastinggeld betaald. Het gaat jaarlijks om tientallen miljarden per jaar, nog los van alle nadelen die de migratie met zich meebrengen." Die gevolgen ziet hij vooral lokaal. Hij wijst op protesten tegen azc’s en op spanningen in gemeenten waar opvanglocaties worden geopend. Volgens hem krijgen burgers vaak pas laat door welke besluiten al zijn voorbereid. Als voorbeeld noemt hij zijn eigen omgeving, Loosdrecht, waar de afgelopen weken veel demonstraties tegen de komst van een azc zijn geweest.
"Van de ene op de andere dag wordt het volk opgezadeld met iets meer dan honderd asielzoekers in een azc," zegt hij. Wat weinig mensen echter weten, is dat er volgens Siebelt al een tijd lang ruimte was voor VluchtelingenWerk in het gemeentehuis in Loosdrecht. "Wat niemand weet is dat in het gemeentehuis VluchtelingenWerk een kamertje heeft gekregen waar al maandenlang vluchtelingen konden komen voor advies en juridische ondersteuning."
Kerken, politiek en opvang van illegalen
Siebelt ziet ook dat de kerken een belangrijke factor spelen in de asielnetwerken. Vooral de Nederlandse Raad van Kerken spelen volgens Siebelt een bedenkelijke rol. Volgens hem hebben kerkelijke organisaties vanaf het begin van de opkomst van de asielnetwerken een grote rol gespeeld bij opvang, steun aan asielzoekers en het openstellen van gebouwen voor mensen zonder verblijfsstatus.
"Waar ik het meeste van schrok, was de rol van de Nederlandse Raad van Kerken," zegt hij. "Zij zijn degenen geweest die de kerken hebben opengezet voor asielzoekers. Zij zijn degenen geweest die de kerken hebben opengezet voor moslims."
Volgens Siebelt ging het niet alleen om migratie. Kerken werden volgens hem ook betrokken bij milieubewegingen en andere progressieve thema’s. "De kerken moesten meedoen aan linkse thema's zoals de klimaatbeweging," zegt hij. "Zij zijn de grote sfeermakers geweest."
Ook speelt volgens Siebelt stichting Internationaal Netwerk van Lokale Initiatieven met Asielzoekers (INLIA) een grote rol. Dit is een kerkelijke organisatie die mensen zonder verblijfsstatus opvangt. Volgens hem biedt die opvang illegalen de mogelijkheid zich te onttrekken aan uitzetting. INLIA is volgens Siebelt nauw betrokken bij de bestuurlijke en politieke lagen.
Een goed voorbeeld volgens Siebelt van deze verwevenheid is de rol van Theo Bovens. Bovens is CDA-senator en fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer. Bovendien was hij bestuursvoorzitter van het Kansfonds dat volgens Siebelt het INLIA financiert. "Om even een voorbeeld te geven dat de verwevenheid tussen politiek en dit soort organisaties dusdanig is dat je het niet meer kunt terugdraaien."
Ook breder ziet hij christendemocratische invloed. De oude KVP en ARP, later opgegaan in het CDA, zouden volgens hem samen met kerkelijke netwerken een belangrijke rol hebben gespeeld. "Zij speelden politiek samen met die kerken een belangrijke rol," zegt hij. "En nog spelen die kerken een rol. Alleen kun je je afvragen: waarom zijn die kerken leeggelopen?"
Volgens Siebelt is het maatschappelijke draagvlak van kerken kleiner geworden, maar zijn hun netwerken blijven bestaan. "De kerken zijn leeggelopen omdat ze hun binding met de burger verloor, maar hun netwerken bestaan nog steeds," zegt hij. "Ze hebben nog altijd hun naam. De Nederlandse Raad van Kerken en de Wereldraad van Kerken."
Volgens Siebelt streven deze netwerken naar een andere wereld. "Zij zeggen ook zelf dat ze streven naar een wereld zonder grenzen," zegt hij. "Iedereen heeft recht om overal te wonen, recht op een uitkering en recht op huizen. Behalve je eigen bevolking dan."
Rechtse politiek mist volgens Siebelt kennis
Siebelt is echter niet alleen kritisch op de linkse netwerken in Nederland. Hij is ook hard voor rechtse partijen. Volgens hem hebben partijen als PVV, JA21 en FVD onvoldoende kennis van de historische en organisatorische kracht van de linkse netwerken. "Zowel de PVV als Forum voor Democratie hebben geen enkel historisch besef van de macht van de tegenstander," zegt hij. "Ze weten niet hoe die netwerken lopen."
Volgens Siebelt zouden rechtse partijen veel meer moeten investeren in onderzoek. Niet in algemene verontwaardiging, maar in feiten, namen, geldstromen en structuren. "Ze zouden één of twee fractiemedewerkers ter beschikking moeten stellen," zegt hij. "Onderzoek nou eens dat hele netwerk en geef de Kamerleden harde feiten waarmee zij in een discussie in de Tweede Kamer de linkse partijen om de oren kan slaan."
Hij vindt dat rechtse partijen te vaak blijven steken in slogans. Daardoor gaat volgens hem het mandaat van kiezers verloren. "Ze lopen wat te blazen, maar uiteindelijk stelt het niks voor," zegt hij. "Vanuit de Tweede Kamer, vanuit de politiek, komt er te weinig actie."
Siebelt ziet vooral versnippering. Links zou volgens hem beter georganiseerd zijn, met gesubsidieerde instellingen, activisten, juristen en politici die elkaar versterken. Rechts zou bestaan uit losse partijen en individuen die elkaar eerder beconcurreren dan samenwerken.
"De andere kant zit aan de subsidiestromen en is gelijkgezind met de activisten op straat, de activisten in de politiek en al die bewegingen die er maar zijn," zegt hij. "Bij rechts zit geen samenhang. Dat is het grote probleem."
Een tegennetwerk bouwen
Siebelt pleit daarom voor een andere strategie. Rechts moet volgens hem leren van links. Niet door dezelfde doelen over te nemen, maar door de organisatiekracht te bestuderen. Hij noemt dat idee "Andersom", een programma waarin de methoden van de tegenstander worden omgekeerd.
"Keer de activiteiten van je tegenstander om," zegt hij. "Leer eens wat van je tegenstander, lees wat ze doen, lees hoe ze georganiseerd zijn en probeer dan een tegennetwerk op te zetten."
Dat is volgens hem niet eenvoudig. De linkerzijde beschikt volgens hem over mensen die fulltime bezig zijn met activisme, beleid en organisatie. De rechterzijde bestaat volgens hem voor een groot deel uit burgers die werken, gezinnen hebben en niet dagelijks politiek actief zijn.
"Een normale rechtse burger, of niet-linkse burger, heeft een baan," zegt hij. "Die werkt en gaat ’s avonds niet meer politiek demonstreren. Hun tegenstander heeft een enorm netwerk ter beschikking dat de hele dag tijd heeft om de boel uit te denken, om te demonstreren en ga zo maar door."
Toch ziet hij geen andere uitweg dan organisatie, onderzoek en samenwerking. Volgens hem moeten journalisten, politici en burgers daarom ook samen beter zichtbaar maken wie beleid beïnvloedt en waar publiek geld naartoe gaat. "Feiten en onderzoek zijn cruciaal," zegt hij. "Wie zijn die mensen? Wie is dat nou bij bijvoorbeeld de media die daar zo’n belangrijke rol speelt?"
Burgers moeten volgens Siebelt meer controleren
Voor Siebelt begint de tegenmacht echter niet alleen in de Tweede Kamer, maar juist ook lokaal. Burgers betalen belastingen, maar vragen volgens hem te weinig wat daarmee gebeurt. "Mensen betalen gehoorzaam, protesteren wellicht soms, maar stellen nooit de vraag: wat is er met mijn geld gebeurd?" zegt hij.
Volgens hem zou er een beweging moeten ontstaan die kritisch kijkt naar belastinggeld dat naar organisaties, projecten of internationale doelen gaat waar burgers niet achter staan. "Wij zouden eigenlijk ook een beweging moeten hebben, zoals links dit vroeger had. Zij weigerden belasting te betalen als dit bijvoorbeeld naar defensie gaat. Wij moeten op rechts iets soortgelijks doen en zeggen: zolang de overheid geld blijft smijten naar thema's zoals de asielindustrie die onze gemeenschap vernietigd, weiger ik daar belasting aan te betalen."


















































