Stikstofexperts waarschuwen Kamer voor te grote focus op emissiereductie

Jarenlang draaide het stikstofdebat vooral om één vraag: hoeveel uitstoot moet er omlaag? Maar volgens meerdere prominente stikstofwetenschappers ligt het probleem ingewikkelder. Minder stikstof uitstoten betekent namelijk niet automatisch dat de natuur zich herstelt. Daarvoor zijn volgens hen veel bredere maatregelen nodig, meldt Nieuwe Oogst in een uitgebreid verslag.
Die boodschap klonk woensdag tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer. Verschillende bekende namen uit het stikstofdossier schoven aan om Kamerleden bij te praten over hun rapport De Nederlandse stikstofcrisis; van verwarring naar verbinding. Onder hen waren Wageningen-onderzoekers Gerard Ros en Wim de Vries, voedselinnovator Wouter de Heij, adviseur Harm Borgers en stikstofhoogleraar Jan-Willem Erisman.
‘Er is meer aan de hand dan alleen stikstof’
Volgens Gerard Ros wordt in het nieuwe rapport bewust onderscheid gemaakt tussen twee zaken die in het politieke debat vaak door elkaar lopen: emissiereductie en natuurherstel.
“Er is schade in de natuur en er is noodzaak tot het verlagen van emissies”, zei Ros tegen Kamerleden. “Maar het is niet zo dat verlaging van emissies daadwerkelijk tot natuurherstel zal leiden. Daarvoor is meer nodig.”
Daarmee zetten de onderzoekers vraagtekens bij het idee dat lagere stikstofuitstoot automatisch leidt tot gezonde natuurgebieden. Volgens hen spelen ook andere problemen een grote rol, zoals verdroging, versnippering van natuurgebieden en jarenlang achterstallig natuurbeheer.
Wouter de Heij stelde dat natuurorganisaties zelf eveneens verantwoordelijkheid dragen. Volgens hem moet er meer worden gedaan aan actief natuurbeheer.
‘Nederland draagt een stikstofschuld mee’
Wim de Vries benadrukte tijdens de briefing dat het huidige probleem niet alleen draait om de uitstoot van vandaag, maar vooral om tientallen jaren ophoping.
“De erfenis van veertig jaar overbelasting weegt zwaar”, zei hij. “Het grote probleem is niet wat er nu bij komt, want dat is al veel minder dan twintig jaar geleden, maar wat er al is. We hebben als het ware een schuld opgebouwd.”
Volgens De Vries wordt in het debat vaak onderschat hoe langzaam natuur zich herstelt. Hij waarschuwde dat snelle oplossingen niet realistisch zijn. “We kunnen niet verwachten dat de natuur in drie jaar is hersteld”, aldus De Vries. “Dat kan wel honderd jaar duren.”
Van depositie naar uitstoot
Naast de ecologische discussie ging het ook uitgebreid over de juridische kant van het stikstofbeleid. Volgens Ros zit Nederland deels op slot omdat het beleid te sterk stuurt op stikstofdepositie in natuurgebieden, terwijl ondernemers daar nauwelijks directe controle over hebben.
De onderzoekers pleiten daarom voor een andere aanpak: sturen op uitstoot in plaats van op neerslag van stikstof elders.
Ros stelde voor om bedrijven gebiedsgebonden emissieplafonds te geven. Ondernemers zouden vervolgens zelf mogen bepalen hoe zij onder dat plafond blijven. “Ondernemers kunnen wel sturen op emissies vanuit hun eigen bedrijfsvoering, maar niet op de natuurkwaliteit in verder gelegen gebieden”, aldus Ros.
Om die uitstoot te meten, willen de onderzoekers werken met een zogenoemde stoffenbalans. Als bedrijven onder hun uitstootplafond blijven, zou er volgens hen weer ruimte kunnen ontstaan voor vergunningverlening.
Ook stikstofprofessor Jan-Willem Erisman steunde die richting, al plaatste hij een kanttekening. Volgens hem moet niet alleen naar stallen worden gekeken, maar naar het volledige bedrijf.
Kritiek op Aerius
Opvallend was dat alle aanwezige deskundigen kritisch waren over het huidige rekenmodel Aerius, dat een centrale rol speelt in het Nederlandse stikstofbeleid.
Volgens Erisman ligt het probleem niet bij modellen op zichzelf, maar bij de manier waarop ze worden gebruikt. “Er is niets mis met rekenmodellen”, zei hij. “Maar er zijn modellen gebruikt voor beleid waar het niet voor is bedoeld. Daar gaat het scheef.”
Wim de Vries gebruikte een vergelijking om dat punt duidelijk te maken. “Je moet gereedschap gebruiken waar het voor is bedoeld. Een betonboor werkt prima in de muur, maar niet bij de tandarts.”



















































