Mona Keijzer haalt hard uit tijdens corona-enquête: ‘De democratische rechtsstaat heeft gefaald’

Voormalig staatssecretaris Mona Keijzer heeft tijdens haar verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid forse kritiek geuit op de besluitvorming binnen het kabinet-Rutte III. Volgens de oud-bewindsvrouw werden belangrijke keuzes genomen door een kleine groep ministers, werd kritiek nauwelijks serieus genomen en schoot de democratische controle tekort. Na afloop van haar verhoor trok zij een harde conclusie: "De democratische rechtsstaat heeft gefaald.”
Tijdens het verhoor omschreef ze de bestuurlijke organisatie tijdens de coronacrisis als uiterst ingewikkeld. "De hoeveelheid overlegstructuren tijdens de pandemie noemt ze ’duizelingwekkend’. Hoe besluitvorming uiteindelijk tot stand kwam? "Een spiegelpaleis aan redeneringen.""
Volgens Keijzer had zij als staatssecretaris slechts beperkte invloed op het coronabeleid. Hoewel zij deelnam aan verschillende ministeriële overleggen, zat zij vrijwel nooit aan tafel bij de Catshuisoverleggen waar de belangrijkste besluiten werden voorbereid. Die bijeenkomsten vonden plaats in kleine kring en zonder officiële notulen. Pogingen om via toenmalig minister Eric Wiebes meer aandacht te vragen voor de economische gevolgen van de coronamaatregelen liepen volgens haar op niets uit.
Dit bericht op Instagram bekijken
Tijdens haar verhoor schetste Keijzer een beeld waarin drie bewindslieden de koers bepaalden. Volgens haar waren dat premier Mark Rutte, minister Hugo de Jonge en minister Ferd Grapperhaus. Toen de enquêtecommissie een eerder voorgelezen appbericht van Rutte aan De Jonge citeerde — "Samen met Ferd tegen de rest" — reageerde Keijzer dat dit overeenkwam met haar ervaring. "Dat beeld klopt wel.” Daar voegde zij aan toe: "Behalve de NCTV, die waren ze vergeten.”
Botsingen over winkelsluitingen
Keijzer vertelde ook over een conflict met toenmalig minister Ferd Grapperhaus over de sluiting van winkels. Zij weigerde destijds een brief te versturen waarin de sluitingsmaatregelen werden aangekondigd, omdat volgens haar onvoldoende was nagedacht over het onderscheid tussen essentiële en niet-essentiële winkels.
Volgens Keijzer waarschuwde zij destijds: "Dit wordt een zooitje.”
Zij had het gevoel dat de kennis van haar ministerie nauwelijks werd benut. "Ik heb weleens gedacht: komt een van deze mannen weleens in de Hema?”
Hoewel Keijzer aangeeft dat zij binnen de ministerraad regelmatig kritiek uitte op onderdelen van het coronabeleid, veranderde dat volgens haar nauwelijks iets aan de uiteindelijke besluitvorming. Als voorbeeld noemde zij de beperkingen rond begrafenissen, waarbij het maximumaantal aanwezigen haar zwaar viel. "Een van de zeven werken van barmhartigheid.”
Volgens Keijzer werd kritiek wel aangehoord, maar had die nauwelijks invloed op de genomen besluiten. "Het hielp niet.”
Op vragen over haar eigen betrokkenheid bij de invoering van het 2G-beleid kon zij zich verschillende details niet meer herinneren. Zo wist zij niet meer precies wanneer zij voor het eerst over het plan werd geïnformeerd.




















































