Makkelijke corona-excuses van het sorrykabinet zijn weinig waard
Ruim vier jaar nadat het coronabeleid tot z’n eind kwam, lijkt het sentiment in de samenleving te kantelen. Het besef dat de maatregelen veel te ver gingen, geen enkel effect hadden en gespeend waren van enige wetenschappelijke onderbouwing begint eindelijk in te dalen. En dus doet de politiek wat zij altijd doet: het straatje schoonvegen met een halfbakken sorry. Maar wat koop je voor een excuus, als de rekening die betaald moet worden daar niet door gedekt wordt?
Het woord ‘Wappie’ had hij misschien ‘een of twee keer’ gebruikt, aldus voormalig minister van Justitie en Veiligheid, Ferd Grapperhaus, tegen de Parlementaire Enquêtecommissie. Oud-premier Dick Schoof kwam met de visionaire reflectie dat het ‘nooit helpt’ om mensen te ridiculiseren. En zo mompelden verschillende crisiskopstukken tijdens hun verhoren iets dat heel in de verte wellicht voor een soort excuus zou kunnen doorgaan aan de mensen op wie zij tijdens de coronacrisis een heksenjacht vanuit de overheid openden. Niet omdat ze echt een knieval willen maken, of omdat ze zich nu toch hebben gerealiseerd dat wat zij deden verkeerd was, want dat wisten ze namelijk toen ook al, maar omdat het altijd beter is om berouw te tonen voordat de dorpelingen met de hooivorken en de fakkels richting de paleispoorten komen gemarcheerd om het bastion te bestormen.


















































