Yeşilgöz en Boekholt onderaan in nieuwe vertrouwenspeiling

Dilan Yeşilgöz (VVD) en Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) delen volgens een peiling van Maurice de Hond van 1 augustus de laatste plaats op de ranglijst met vertrouwenscijfers. De ondervraagden mochten de regering en ministers beoordelen met een cijfer van 1 tot en met 10. Vooral bij de VVD is het verschil groot tussen mensen die de partij in oktober 2025 steunden en kiezers die dat nu nog doen. Beide ministers kregen slechts een 3.6 als rapportcijfer.
Bij de ministers konden deelnemers aangeven dat zij iemand niet kenden. Dat gebeurde vaker bij nieuwe bewindslieden dan bij ministers die al langer in functie waren. Heleen Herbert van Economische Zaken en Klimaat was het minst bekend. ‘Meer dan een derde’ van de ondervraagden zei haar niet te kennen.
Lage scores voor ministers
In de getoonde ranglijst staat Eelco Heinen bovenaan met een gemiddeld vertrouwenscijfer van 4,8. David van Weel en Pieter Heerma volgen met ieder 4,6, terwijl Rob Jetten uitkomt op 4,4. Elanor Boekholt-O’Sullivan staat onderaan met een 3,6. Sjoerd Sjoerdsma krijgt een 3,8.
De drie regeringspartijen zijn ieder ongeveer dertig procent van hun kiezers kwijtgeraakt. Bij de VVD is volgens de peiling sprake van ‘het grootste verval’. Mensen die nu VVD zouden stemmen, geven de regering gemiddeld een 5,8. Kiezers die in oktober 2025 VVD stemden, komen slechts uit op 4,3.
Bij het CDA ligt het vertrouwen hoger. Huidige CDA-kiezers beoordelen de regering met een 6,8, terwijl de CDA-stemmers van oktober 2025 een 5,6 geven. Bij D66 zijn de cijfers respectievelijk 7,5 en 6,6. Ook daar bestaat dus een duidelijk verschil tussen de huidige achterban en de grotere groep die de partij bij de verkiezingen steunde.
De peiling keek ook naar de gewenste samenwerking met PRO en JA21. D66-kiezers hebben een voorkeur voor samenwerking met PRO. VVD-kiezers ‘moeten daarvan niets hebben’. Zij staan daarmee duidelijk anders in deze politieke keuze dan de achterban van D66. CDA-kiezers nemen een positie tussen beide groepen in. Zij ‘neigen wel meer in de richting van JA21 dan van PRO’.























































