PRO en Volt mikken samen op linkse begrotingsdeal met kabinet

Progressief Nederland (PRO) en Volt willen alleen nog gezamenlijk onderhandelen met het minderheidskabinet over de begroting voor 2027. Jesse Klaver en Laurens Dassen schuiven zaterdag samen aan bij premier Rob Jetten en minister van Financiën Eelco Heinen. Daarmee vormt links een eigen onderhandelingsblok tegenover het kabinet, dat nog altijd op zoek is naar voldoende steun voor zijn plannen. Dit meldt NOS.
Opvallend is vooral de positie van Volt. De partij van Dassen heeft in de Tweede Kamer slechts één van de 150 zetels. PRO heeft er twintig. Toch kan Volt bij een akkoord belangrijk worden, vooral door de verhoudingen in de Eerste Kamer. Daar beschikt Volt namelijk over twee zetels. Samen met PRO zouden die precies genoeg zijn om het minderheidskabinet aan de kleinst mogelijke meerderheid te helpen.
Klaver wil Dassen voortaan meenemen
Klaver wil niet meer afzonderlijk met het kabinet onderhandelen. „Wij strijden voor vooruitgang voor gewone mensen en een eerlijke bijdrage van de allerrijksten. Wij geloven in progressieve samenwerking”, zegt de PRO-leider tegenover de NOS.
Volgens hem kunnen beide partijen samen zorgen voor zekerheid in beide Kamers. „Met Pro en Volt kan het kabinet een meerderheid vinden in beide Kamers om te zorgen dat we Nederland vooruit helpen en eerlijker maken.”
Ook Dassen benadrukt bij NOS de samenwerking. „De wereld verandert razendsnel. Mensen verwachten dat politici weer gaan samenwerken aan een duurzame en innovatieve toekomst”, zegt de Volt-leider.
Rekenkundig klopt hun boodschap, al is de meerderheid in de Eerste Kamer uiterst krap. D66, VVD en CDA hebben daar samen 22 zetels. PRO heeft er veertien en Volt twee. Samen komen zij precies op 38 van de 75 zetels, het minimum voor een meerderheid. Zonder Volt blijven het er 36. In de Tweede Kamer is het verschil veel ruimer: de drie coalitiepartijen hebben samen 66 zetels, PRO twintig en Volt één. Een akkoord met beide partijen zou daar op 87 zetels kunnen rekenen.
Daarmee is de merkwaardige positie van Volt verklaard. De partij vertegenwoordigt in de Tweede Kamer maar één zetel, maar haar twee senatoren kunnen bij een links begrotingsakkoord precies het verschil maken tussen wel en geen meerderheid in de Eerste Kamer.
Jetten komt met ‘nieuw en aantrekkelijk aanbod’
Het kabinet probeert ondertussen niet alleen PRO en Volt binnen te halen. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen bleek vorige week dat er nog geen vaste meerderheid achter de begroting en het Belastingplan staat. Jetten gebruikte de afgelopen dagen daarom om samen met zijn ministers een nieuw voorstel voor de oppositie te maken.
„In die gesprekken met de oppositie zullen we vanuit het kabinet een nieuw en aantrekkelijk aanbod neerleggen”, zei de premier vrijdag na de ministerraad. Volgens hem gaat het om voorstellen die „nauw met elkaar samenhangen”. Daarbij spelen koopkracht, hervormingen van het sociale stelsel, het fiscale klimaat voor ondernemers en box 3 een belangrijke rol.
Wat het kabinet precies aanbiedt, houdt Jetten voorlopig binnenskamers. Hij wil de voorstellen eerst met de oppositie bespreken. De premier zegt nog steeds te streven naar zo breed mogelijke steun en wil voorkomen dat de begroting uitsluitend afhankelijk wordt van partijen aan één kant van het politieke spectrum.
„We zijn er echt van overtuigd dat we een aantrekkelijk aanbod kunnen doen dat goed is voor beide kanten van de Kamer”, aldus Jetten. Zijn inzet is vooral om voor het Belastingplan een veel bredere meerderheid te vinden dan strikt noodzakelijk.
Ook JA21, SGP en ChristenUnie aan tafel
Daarom voert het kabinet zaterdag niet alleen gesprekken met PRO en Volt. Ook JA21, SGP en ChristenUnie zijn uitgenodigd. Met 50PLUS wordt maandag gesproken. Daarnaast staat Jetten weer open voor overleg met BBB, nadat de partij eerder een motie van wantrouwen tegen het kabinet steunde.
Het kabinet kan dus nog verschillende combinaties zoeken. Jetten zei eerder dat sommige voorstellen mogelijk met andere meerderheden door het parlement kunnen komen, maar zijn voorkeur ligt bij bredere afspraken over de totale Miljoenennota. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen zei hij dat daarmee „het zoet en het zuur in de begroting” beter kan worden verdeeld.
























































