Artsen zetten late abortusproef door zonder besluit van de Tweede Kamer

Artsen zetten de uitbreiding van abortuszorg tussen 22 en 24 weken door, zonder dat de Tweede Kamer daar ooit een besluit over nam. De stap komt van twee beroepsverenigingen die zelf het initiatief namen, het protocol opstelden en met het ministerie meelezen over de beantwoording van Kamervragen. Zelfs de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft nooit gevraagd om de late abortusproef, blijkt uit navraag van NieuwRechts.
De discussie over abortus draait allang niet meer vooral om de vraag óf het mag, maar steeds meer om hoe laat in de zwangerschap de grens moet liggen. Twee derde van de Nederlanders vindt abortus binnen de wettelijke termijn altijd toelaatbaar, bleek vorig jaar uit een EenVandaag-peiling. Maar zodra die termijn richting 24 weken schuift, verandert het beeld. Een meerderheid wil dat een abortus zonder medische reden ruim vóór dat moment stopt. Juist rond die weken komt ook levensvatbaarheid in beeld. „Een gezond, bijna levensvatbaar kindje verdient bescherming”, schreef ChristenUnie-leider Mirjam Bikker.



















































