Honderden XR-arrestanten vrijgelaten zonder identificatie ondanks Kamermoties

De Haagse politie legde vooraf vast dat aangehouden A12-blokkeerders van Extinction Rebellion zo snel mogelijk moesten worden vrijgelaten zonder hun identiteit vast te stellen. Dat gebeurde maanden nadat de Tweede Kamer juist had gevraagd om demonstranten bij verboden acties beter te registreren en sneller te beboeten.
Dat blijkt uit politiedocumenten die via de Wet open overheid openbaar zijn geworden. In het operationele plan voor de XR-blokkade van 13 september 2025 staat letterlijk: „Na voorgeleiding worden ze z.s.m. heengezonden. Identificatie blijft achterwege, voor een snelle doorstroom.”
Diezelfde politie omschreef het blokkeren van de A12 en Utrechtse Baan als strafbaar. De actie zou „ook als demonstratie niet worden gefaciliteerd”. De afspraken waren volgens het plan met de officier van justitie afgestemd.
Honderden arrestanten, snelle vrijlating
De politie hield op 13 september uiteindelijk 402 mensen aan. Vrijwel iedereen werd naar het ADO-stadion gebracht en daar weer vrijgelaten.
Dat was geen geïmproviseerde oplossing. De werkwijze stond vooraf in het draaiboek. De politie hield rekening met honderden arrestanten en mogelijk meer dan duizend demonstranten. Daarom was een snelle afhandeling ingericht.
Voor overtredingen van de Wet openbare manifestaties gold volgens het plan dat verdachten na voorgeleiding weer moesten worden heengezonden. Als reden schreef de politie dat uit eerdere ervaringen was gebleken dat zulke zaken „niet tot succesvolle vervolging” leidden.
Bij zwaardere feiten kon wel anders worden opgetreden. Bij herkenning of gevaarzettend gedrag kon bijvoorbeeld aanhouding volgen op grond van andere strafbepalingen.
Kamer wilde juist identificeren
De werkwijze wringt met de politieke lijn die de Tweede Kamer eerder dat jaar had gekozen. Op 28 januari 2025 nam de Kamer een motie van JA21-leider Joost Eerdmans en CDA-Kamerlid Derk Boswijk aan. Die vroeg om een proef met een soort „wasstraat van het OM”, zodat wetsovertredende demonstranten direct beboet konden worden.
Ook een motie van VVD-Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen kreeg steun. Zij vroeg de regering om een „mobiel identificatieproces” te organiseren om deelnemers aan vooraf verboden demonstraties te registreren. Juist registratie stond dus expliciet op de politieke agenda.
Ministerie verklaarde moties al ‘afgedaan’
In juni 2025 meldde het ministerie van Justitie en Veiligheid aan de Kamer dat in Den Haag inmiddels een pilot was uitgevoerd. Bij een A12-blokkade op 5 april waren volgens het ministerie „40 aanhoudingen en registraties” verricht en was proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens schreef het ministerie: „Ik beschouw hiermee de genoemde moties als afgedaan.”
Op diezelfde dag werden echter ruim vijfhonderd XR-demonstranten aangehouden. Het merendeel werd kort daarna weer vrijgelaten. Slechts een deel van de arrestanten viel onder de strengere aanpak.
Uit later vrijgegeven politiemails blijkt bovendien dat intern nog discussie bestond over de precieze werkwijze. In een mail van 2 september wordt verwezen naar een zogenoemde „20/20/20-maatregel”. Volgens de schrijver kwam die voort uit het Kamerdebat en de motie van Eerdmans. Ook staat er: „Van Zanen gaf daarbij aan wel een pilot te willen draaien.”
Burgemeester Jan van Zanen is als burgemeester voorzitter van de Haagse driehoek, waarin gemeente, politie en Openbaar Ministerie over lokale handhaving spreken.
Uiteindelijk toch weer zonder identificatie
Enkele maanden na de pilot kwam de politie voor de grote blokkade van 13 september opnieuw uit bij snelle vrijlating zonder identificatie.
Het definitieve plan was helder. Voor de betrokken WOM-feiten moest de afhandeling worden versneld. Na de groepsgewijze voorgeleiding volgde heenzending. „Identificatie blijft achterwege, voor een snelle doorstroom.”
Dat betekende niet dat de Haagse driehoek een aangenomen Kamermotie formeel naast zich neerlegde. Kamermoties zijn niet rechtstreeks bindend voor burgemeester, politie en OM bij lokaal optreden. Bovendien bepaalt het landelijke handelingskader dat deelname aan een demonstratie op zichzelf nooit voldoende reden is om een identiteitsbewijs te eisen.
Maar politiek ontstaat wel een opvallend contrast. Het ministerie meldde de Kamer in juni dat de moties over snelle sanctionering en identificatie waren uitgevoerd, terwijl enkele maanden later voor een grote A12-actie opnieuw vooraf werd gekozen voor het heenzenden van veel arrestanten zonder identificatie.
Beleid inmiddels aangescherpt
De aanpak is inmiddels veranderd. In augustus 2026 spraken minister David van Weel, de korpschef, burgemeesters en het Openbaar Ministerie landelijk af dat tegen gevaarzettend protest op snelwegen en spoorwegen „in beginsel strafrechtelijk” wordt opgetreden. Het lokale gezag kan daar nog wel van afwijken.
Bij nieuwe A12-blokkades in augustus en september 2026 werden aangehouden demonstranten in Den Haag daadwerkelijk voor identificatie naar het politiebureau gebracht. De gegevens worden sindsdien onder meer vastgelegd om bij herhaling te kunnen optreden.
Daarmee is de praktijk inmiddels een stuk strenger dan tijdens de blokkade van september 2025. Toen stond vooraf zwart op wit dat de blokkade strafbaar was, maar ook dat aangehouden demonstranten voor bepaalde feiten zo snel mogelijk moesten worden vrijgelaten — zonder dat hun identiteit werd vastgesteld.





















































