Polen zet benzineprijs tot eind december vast op maximaal €1,54 per liter

In Polen kost een liter benzine sinds begin oktober hoogstens zo’n €1,55. De regering legt elke werkdag een maximumprijs op voor benzine en diesel. De rekening gaat naar de oliebedrijven: zij moeten een groot deel van hun extra winsten afdragen. Het prijsplafond blijft in elk geval tot en met 31 december van kracht.
Lees ook

Polen verlaagt btw op benzine en diesel van 23 naar 8 procent: Brussel dreigt met ingrijpen
Lees ook

Stroomnet afgesloten in grote delen van Nederland: warmtepomp en zonnepanelen onbruikbaar
De maximumprijs wordt elke werkdag opnieuw vastgesteld. De bedragen kunnen dus licht schommelen. Pompstations mogen er niet boven gaan zitten. Minister van Energie Miłosz Motyka maakt de nieuwe prijzen elke werkdag bekend. Ze volgen de bewegingen op de groothandelsmarkt. De afgelopen weken daalden ze licht. Pompstations mogen goedkoper verkopen, maar niet duurder. Wie boven het plafond gaat zitten, riskeert een boete tot 225.000 euro. Lpg valt buiten de regeling.
De Poolse regering laat de brandstofbedrijven voor de maatregel opdraaien. Over hun overwinsten moeten ze 60 procent belasting betalen. President Nawrocki heeft de wet ondertekend. Wel heeft hij hem voorgelegd aan het Constitutioneel Tribunaal, dat moet toetsen of de wet in strijd is met de grondwet. Eerder verlaagde Polen al de btw op benzine en diesel. Met de maximumprijs gaat Warschau nu een stap verder.
Het prijsplafond is onderdeel van een groter pakket met de naam Ceny Paliwa Niżej (Lagere Brandstofprijzen). Polen verlaagde de btw op brandstof van 23 naar 8 procent. De accijns ging omlaag naar het laagste niveau dat de EU toestaat. Het pakket kost volgens het Poolse ministerie van Financiën zo’n 5,2 miljard zloty, ruim 1,2 miljard euro.
Aanleiding is de sterke stijging van de olieprijs door de oorlog met Iran en de spanningen rond de Straat van Hormuz. Volgens denktank Instrat betaalden Poolse automobilisten door die crisis samen 5,2 miljard euro extra aan de pomp. Om het pakket te betalen, voerde Polen een belasting in op overwinsten van brandstofbedrijven. Producenten zoals Orlen betalen 60 procent belasting over de winst boven een vastgestelde normale marge. Voor handelaren die zelf geen brandstof maken, is het tarief 50 procent. De regering rekent op een opbrengst van zo’n 900 miljoen euro. Orlen schatte zijn eigen rekening over maart tot en met augustus op ongeveer 450 miljoen euro.




















































