Gordon wijst naar islam bij dalende homo-acceptatie: 'Niemand durft het beestje te benoemen'

Zanger Gordon heeft dinsdagavond bij Vandaag Inside fel uitgehaald naar de afnemende acceptatie van homoseksuelen in Nederland. Volgens hem speelt de islam daarbij een rol, maar durven veel mensen dat niet hardop te zeggen. Tegelijk uitte hij kritiek op de voortdurende aandacht voor de lhbti-gemeenschap. „Ik word er zelf ook moe van”, zei de zanger. Zijn uitspraken volgen op onderzoek waaruit blijkt dat Nederlandse jongeren veel negatiever over homoseksualiteit zijn gaan denken.
Het onderwerp kwam ter sprake toen Johan Derksen zich verbaasde over de dalende homo-acceptatie. Volgens hem is homoseksualiteit onder oudere Nederlanders allang geen bijzonderheid meer.
Gordon reageerde dat de oorzaken volgens hem bekend zijn. „We weten allemaal natuurlijk wel hoe dat komt.” Even later voegde hij eraan toe dat niemand het probleem bij de naam durft te noemen.
Derksen vroeg daarop rechtstreeks of Gordon de islam bedoelde. De zanger antwoordde bevestigend. „Dat is mede door de islam.”
Volgens Gordon was het vroeger makkelijker voor twee homoseksuele mannen om in Amsterdam hand in hand over straat te lopen. Hij vindt dat mensen voorzichtig zijn geworden met het benoemen van de herkomst of overtuigingen van personen die homoseksuelen intimideren. „Je moet heel voorzichtig zijn in Nederland met dat soort uitspraken. Alleen als niemand het benoemt, wie doet het dan nog wel?”
Onderzoek laat scherpe daling zien
De discussie staat niet op zichzelf. In september publiceerden de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut het landelijke HBSC-onderzoek over het welzijn en de opvattingen van jongeren. Daaruit blijkt dat het aandeel jongens op de middelbare school met een positieve houding tegenover homoseksualiteit tussen 2021 en 2025 daalde van 40 naar 22 procent. Bij meisjes ging het van 78 naar 51 procent.
Ook denken minder scholieren dat homoseksuele leerlingen op school open kunnen zijn over hun geaardheid. Dat aandeel daalde van 60 naar 45 procent.
Het onderzoek laat bovendien verschillen zien tussen groepen jongeren. Van de scholieren zonder migratieachtergrond staat 40,1 procent positief tegenover homoseksualiteit. Onder scholieren met een migratieachtergrond is dat 31 procent.
Dat verschil betekent echter niet dat migratie de landelijke daling veroorzaakt. Hoofdonderzoeker Gonneke Stevens benadrukte dat de acceptatie tussen 2021 en 2025 in alle onderzochte groepen achteruitging. De onderzoekers wijzen op mogelijke maatschappelijke invloeden, maar stellen dat aanvullend onderzoek nodig is om oorzaken vast te stellen.
Ook kritiek op Pride en regenboogvlag
Opvallend genoeg richtte Gordon zijn kritiek niet alleen op religieuze intolerantie. Hij zei ook te begrijpen waarom Nederlanders genoeg krijgen van de voortdurende aandacht voor seksuele identiteit.
Presentator Wilfred Genee bracht onderzoek ter sprake waaruit zou blijken dat Nederlanders 'lhbtiq-moe' worden. Gordon herkende dat gevoel.
„Heel eerlijk, ik word er zelf ook moe van”, verklaarde hij. Hij wees op de vele evenementen en televisieprogramma's waarin seksuele diversiteit centraal staat. Volgens hem wordt het onderwerp soms te nadrukkelijk onder de aandacht gebracht.
Ook zette hij vraagtekens bij de steeds uitgebreidere regenboogvlag. Gordon vindt dat homoseksualiteit en genderidentiteit verschillende onderwerpen zijn. Hij vroeg zich af of het verstandig is om die allemaal onder één gezamenlijke vlag te plaatsen.
Zijn boodschap was dat mensen zichzelf moeten kunnen zijn, zonder voortdurend hun seksuele identiteit te benadrukken. „Ik ben gewoon een mens. Ik hou van mensen. Liefde is liefde.”
Gordon neemt afstand van generalisaties
Hoewel Gordon de islam als een van de oorzaken noemde, waarschuwde hij er ook voor om alle moslims verantwoordelijk te houden voor homohaat.
Volgens de zanger zijn er veel meer vriendelijke en verdraagzame moslims dan mensen die zich misdragen. Hij vertelde over zijn eigen positieve ervaringen met Marokkaanse Nederlanders, onder wie een voormalige medewerkster die hij als een tweede moeder beschouwt.
René van der Gijp sloot zich daarbij aan. Volgens hem gaat het mogelijk om een kleine minderheid die problemen veroorzaakt. Een concreet percentage kon hij niet onderbouwen.
Gordon benadrukte dat hij zelf in het dagelijks leven doorgaans positieve reacties krijgt. Ook wanneer hij zich in Amsterdam onder mensen met verschillende achtergronden begeeft, ervaart hij naar eigen zeggen weinig problemen.





















































