Nederland bouwt hogere schulden op door extra Oekraïne-steun

De Nederlandse steun aan Oekraïne wordt grotendeels betaald met geleend geld. Dat blijkt uit Kamervragen en antwoorden van het kabinet over de financiering van extra miljarden voor militaire hulp. De uitgaven vallen buiten het normale uitgavenkader, maar drukken wel rechtstreeks op het begrotingstekort en de staatsschuld. Daarmee schuift het kabinet financiële lasten steeds verder door naar de toekomst.
GroenLinks/PvdA-Kamerleden Stultiens en Piri stelden vragen over uitspraken van demissionair premier Schoof. Hij zei eind november dat extra geld voor Oekraïne “buiten het uitgavenkader” valt. Minister van Financiën Heinen bevestigt dat. “Steun aan Oekraïne valt niet onder het uitgavenkader,” schrijft hij. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat deze uitgaven “saldo- en schuldrelevant” zijn. Met andere woorden: ze tellen volledig mee voor het begrotingstekort en de staatsschuld.
Het kabinet zegt zich daarbij te houden aan de Europese begrotingsregels. Die stellen dat het begrotingstekort niet hoger mag zijn dan 3 procent van het bruto binnenlands product en de staatsschuld niet boven de 60 procent mag uitkomen.
Miljarden verschoven in de tijd
De kern van de discussie zit in de timing van het geld. In het voorjaar van 2025 stelde het kabinet 3,1 miljard euro beschikbaar voor militaire steun aan Oekraïne in 2026. Van dat bedrag is 2 miljard euro al eerder uitgegeven. Dat gebeurde via een zogenoemde kasschuif: geld dat bedoeld was voor 2026 werd naar voren gehaald en in 2025 besteed.
Daarnaast vroeg de Tweede Kamer via een amendement om nog eens 2 miljard euro extra. Volgens het kabinet was het niet realistisch om dat volledige bedrag al in 2025 uit te geven. “Dit betekent dat de door uw Kamer gevraagde resterende 1,3 miljard euro in 2026 het saldo en de schuld zou belasten,” aldus minister Heinen. Juist omdat Nederland in 2026 “tegen de grenzen aanloopt”, noemt hij extra dekking noodzakelijk.
Schuld schuift door naar 2026
De Kamerleden vroegen of de extra 1,3 miljard euro feitelijk al is uitgegeven met geld uit 2026. Het kabinet bevestigt dat een groot deel van de steun vooruit is betaald. Door die versnelling ontstaat er later een gat in de begroting. Dat gat moet worden opgevuld met nieuwe middelen, wat opnieuw gevolgen heeft voor het tekort en de schuld.
Het kabinet benadrukt dat deze keuzes nodig zijn om de militaire steun op peil te houden. Door geld eerder vrij te maken, kunnen leveringen aan Oekraïne begin 2026 doorgaan.
Nog meer geld in aantocht
Daarmee is het verhaal niet klaar. Via een motie van Jesse Klaver en anderen werd het kabinet verzocht het budget voor militaire steun aan Oekraïne verder aan te vullen met 2 miljard euro. Dat geld moet in het eerste kwartaal van 2026 beschikbaar komen voor de Oekraïense defensie-industrie. Als eerste stap heeft het kabinet al 700 miljoen euro ingezet.
“In het begin van 2026 zal het kabinet bezien hoe verdere opvolging aan de motie wordt gegeven,” schrijven de ministers. Dat betekent dat nieuwe financiële beslissingen nog volgen.
De antwoorden laten een duidelijk patroon zien. Extra steun aan Oekraïne wordt niet betaald binnen bestaande budgetten, maar via schuiven en lenen. Dat maakt de hulp mogelijk op korte termijn, maar vergroot tegelijkertijd de druk op de overheidsfinanciën.
















































