Hoogeveen sprak vanuit persoonlijke ervaring. Hij werkte in het begin van zijn loopbaan bij het Amerikaanse ministerie van Handel en hield zich daar bezig met handelsmissies tussen Amerikaanse en Nederlandse bedrijven. “Heel concreet: bedrijven bij elkaar brengen, handelsbelemmeringen wegnemen, investeringen mogelijk maken,” zei hij. Het doel was volgens hem duidelijk: beide economieën versterken via vrijhandel en wederzijds voordeel.
De JA21’er benadrukte dat importtarieven vaak verkeerd worden voorgesteld. “Importtarieven zijn belastingen,” stelde hij. “Ze worden niet betaald door buitenlandse regeringen maar door de consumenten en bedrijven in het land dat ze oplegt.” Volgens Hoogeveen raken Amerikaanse heffingen dus in de eerste plaats Amerikanen zelf, via hogere prijzen en minder koopkracht.
Als Europa met tegenmaatregelen komt, treft dat volgens hem de eigen bevolking. “Dan verhogen wij hier de prijzen, in tijden waarin energie, wonen en boodschappen al duur genoeg zijn.” Hij noemde het dreigen met wederzijdse tarieven “onderbuikpolitiek” en waarschuwde voor escalatie. “Een escalatie van tarieven leidt niet tot winst maar tot een neerwaartse spiraal: minder handel, minder economische groei, meer onzekerheid.”
Voor een open handelsland als Nederland zou dat volgens Hoogeveen extra schadelijk zijn. Hoogeveen sprak zijn waardering uit voor de opstelling van het kabinet, dat volgens hem heeft gekozen voor rust en de-escalatie. “Dit. Was. Niet. Makkelijk. Kalmte was cruciaal,” zei hij. Symbolische spierballentaal en het dreigen met handelsinstrumenten helpen volgens hem niemand.
Hij verwees daarbij naar internationale leiders die eveneens pleiten voor terughoudendheid. De Canadese premier Carney stelde volgens Hoogeveen in Davos terecht dat de internationale orde niet meer werkt zoals vroeger. De Britse premier Starmer noemde een handelsoorlog “in no one’s interest”. De Italiaanse premier Meloni pleitte voor dialoog binnen de NAVO en met Washington.
Nu de directe dreiging van Amerikaanse heffingen is afgewend, richt Hoogeveen de blik vooruit. Europa moet volgens hem versneld werk maken van het spreiden van handelsrelaties. “Als Noord-Amerika zich sluit, gaan wij naar Zuid-Amerika, naar India, naar Indonesië, naar Australië. Er is nog een wereld te winnen.” Juist daarom noemde hij het onbegrijpelijk dat het Mercosur-handelsakkoord met Zuid-Amerikaanse landen opnieuw wordt vertraagd. Volgens Hoogeveen is dat het gevolg van “groen en populistisch activisme” en een Franse lobby van sectorbelangen. Hij sprak van “een eigen doelpunt van formaat” in de huidige geopolitieke context.
Op vragen van de Partij voor de Dieren erkende Hoogeveen dat het Europees Parlement democratisch heeft besloten om juridische toetsing te vragen, maar hij noemde dit “een vertragingstactiek op iets dat uiteindelijk al was beklonken door de Raad en de Commissie”.
Hoogeveen wees op de strategische waarde van het Mercosur-akkoord. Europa is volgens hem sterk afhankelijk van landen als China, Congo en Rusland voor grondstoffen. “Dan is het toch juist ongelofelijk verstandig om nu die handelsketens te diversifiëren?” Hij noemde expliciet lithiumvoorraden in Zuid-Amerika en riep Europa op “geopolitiek wakker te worden”.
Ook verdedigde hij het akkoord tegen kritiek vanuit de BBB over zogenoemde spiegelclausules. Volgens Hoogeveen zijn identieke productiewijzen wereldwijd onrealistisch. “Als je gaat zeggen ‘wij moeten op ieder moment op dezelfde manier produceren’, dan kan je met niemand een handelsverdrag sluiten.”