Hongaarse aanklager vervolgt burgemeester Boedapest om Pride-mars ondanks verbod

Het Hongaarse Openbaar Ministerie heeft woensdag een aanklacht ingediend tegen de burgemeester van Boedapest, Gergely Karácsony. De aanklagers willen hem beboeten omdat hij afgelopen juni de Pride-mars in de hoofdstad organiseerde en leidde, ondanks een officieel politieverbod.
De Pride trok volgens de organisatie meer dan 200.000 deelnemers. Daarmee was het de grootste Pride ooit in Boedapest. De massale opkomst werd gezien als een openlijke afwijzing van het jarenlange beleid van premier Viktor Orbán, die de rechten van lhbti’ers sterk heeft ingeperkt onder het mom van ‘kinderbescherming’.
Orbán kondigde vooraf aan dat hij de Pride wilde verbieden. Zijn regeringscoalitie verankerde daarop nieuwe bepalingen in de wet en zelfs in de grondwet, met als doel de jaarlijkse optocht onmogelijk te maken. Het stadsbestuur van Boedapest besloot vervolgens om medeorganisator te worden van het evenement. Daarmee probeerde het de nieuwe regels te omzeilen. De politie hield echter vast aan het verbod. Orbán waarschuwde organisatoren en deelnemers vooraf voor “juridische consequenties”.
Volgens het Openbaar Ministerie heeft Karácsony het verbod bewust genegeerd. In een verklaring staat dat aanklagers “aanklacht hebben ingediend en een boete eisen tegen de burgemeester van Boedapest, die een openbare bijeenkomst organiseerde en leidde ondanks een politieverbod”.
De aanklager heeft de rechtbank gevraagd om de zaak af te doen via een versnelde procedure, zonder inhoudelijke zitting. “De officier van justitie heeft voorgesteld dat de rechtbank een boete oplegt via een verkorte uitspraak, zonder proces,” aldus de verklaring. Over de hoogte van de boete zijn geen details bekendgemaakt.




















































