Rapport: verkeersboetes zijn te hoog en dreigen verkapte belasting te worden

De overheid moet stoppen met het verhogen van verkeersboetes. Ook zouden eerdere verhogingen deels moeten worden teruggedraaid. Dat concludeert het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) in een nieuw rapport. Volgens de onderzoekers zijn de boetes hun oorspronkelijke doel voorbijgeschoten en worden ze steeds meer gebruikt om gaten in de begroting te dichten.
Het rapport is de eerste integrale evaluatie van de Wet Mulder sinds de invoering, inmiddels 35 jaar geleden. Die wet regelt de afhandeling van verkeersboetes. De conclusie is scherp: zonder duidelijke waarborgen dreigt oneigenlijk gebruik van het systeem, met verlies van vertrouwen in de overheid als gevolg.
Boetes veel sneller gestegen dan kosten van levensonderhoud
Sinds 1994 zijn verkeersboetes met 220 procent gestegen. In dezelfde periode werd het leven volgens het WODC ongeveer 70 procent duurder. Dat verschil is volgens de onderzoekers moeilijk te rechtvaardigen.
De opbrengsten van verkeersboetes worden al jaren structureel meegenomen in de rijksbegroting. Daarmee zijn ze feitelijk een vaste inkomstenbron geworden. En dat is niet waarvoor de wet bedoeld is.
“De wet is bedoeld om boetes efficiënt te innen en de verkeersveiligheid te verbeteren, niet om geld op te halen. Daar hebben we andere middelen voor, namelijk belastingen,” zegt onderzoeker Oberon Nauta.
Volgens het WODC is hierdoor sprake van “oneigenlijk gebruik van de wet”. Dat tast het draagvlak voor verkeershandhaving aan en ondermijnt het vertrouwen in de overheid.
Adviezen genegeerd
De kritiek komt niet uit de lucht vallen. Zowel het Openbaar Ministerie als het CJIB, dat verantwoordelijk is voor de inning, waarschuwden al eerder dat de boetebedragen te hoog zijn. Ook vanuit de Tweede Kamer klonk meerdere keren de roep om de bedragen te verlagen.
Toch zijn de boetes blijven stijgen. Pogingen om de verhogingen terug te draaien liepen op niets uit. Het demissionaire kabinet wees daarbij steeds op de noodzaak om de begroting sluitend te houden.
Juist dat argument baart het WODC zorgen. Volgens de onderzoekers mogen verkeersboetes geen verkapte belasting worden.
Oorspronkelijk bedoeld voor lichte overtredingen
De Wet Mulder werd in 1990 ingevoerd om verkeerszaken sneller af te handelen. Voor die tijd kostten verkeersboetes veel tijd bij politie, OM en rechter. Betaling bleef bovendien vaak uit.
Met de nieuwe wet kwamen vaste tarieven. Boetes konden op kenteken worden uitgeschreven. Dat maakte grootschalige handhaving mogelijk met flitspalen en trajectcontroles. De overtredingen werden gezien als licht, en daar hoorde een relatief lage boete bij.
Bij de invoering was de hoogste boete 150 gulden. Inmiddels is dat bedrag opgelopen tot 524 euro. Dat tarief geldt voor wie binnen de bebouwde kom 29 kilometer per uur te hard rijdt.
Forse verhogingen bij te laat betalen
Een belangrijk kritiekpunt in het rapport zijn de verhogingen bij niet op tijd betalen. Eerst gaat het boetebedrag met 50 procent omhoog. Daarna volgt nog een verdubbeling.
Een boete van 250 euro kan zo oplopen tot 750 euro. Die verhogingen zijn bedoeld als drukmiddel om snel te betalen. Maar volgens het WODC schieten ze hun doel voorbij.
“Die staan niet meer in verhouding tot de overtreding,” zegt Nauta. Hij pleit voor mildere verhogingen, bijvoorbeeld met een kwart van het oorspronkelijke bedrag.
Wie niet kan betalen, loopt volgens het rapport een reëel risico om in financiële problemen te komen. Hoewel betalingsregelingen mogelijk zijn, belanden sommige mensen alsnog in de schulden.
Begroting als rem op hervorming
Het WODC wijst erop dat er eerder is nagedacht over minder zware verhogingen. Die plannen zijn echter niet doorgezet. Reden: lagere boetes en mildere verhogingen zouden leiden tot gaten in de begroting.
Dat bevestigt volgens de onderzoekers juist het probleem. Verkeersboetes worden gebruikt als inkomstenbron, terwijl dat niet de bedoeling van de wet is.
Wet zelf functioneert goed
Tegelijk is het WODC positief over de werking van de Wet Mulder als systeem. De afhandeling van verkeersboetes verloopt efficiënt. Politie, OM en rechters hebben er aanzienlijk minder werk aan.
Jaarlijks worden ongeveer acht miljoen verkeersboetes opgelegd zonder tussenkomst van een rechter. Tegen minder dan 1 procent wordt bezwaar gemaakt. Uiteindelijk wordt 93 procent van alle boetes betaald.
De kern van de kritiek zit dus niet in de uitvoering, maar in de hoogte en de rol van de boetes. Zonder duidelijke grenzen, waarschuwt het WODC, dreigt een systeem dat bedoeld was voor verkeersveiligheid te veranderen in een verkapte belastingmaatregel.



















































