"Een moordcomplot tegen het Duitse volk": AfD-politicus haalt uit naar migratiebeleid

Remigratie. Het woord klinkt technisch, maar in Duitsland heeft het inmiddels de lading van een politieke bom. Björn Höcke, leider van de AfD in Thüringen, gebruikte het al in 2018 als serieuze beleidsoptie. In een meer dan vier uur durende podcastaflevering legt Höcke opnieuw en in detail uit wat hij bedoelt — en welk land hij als voorbeeld neemt: Denemarken.
"De huidige politiek is een gewilde zelfmoord," zegt Höcke in de podcast. "Of je kunt het ook een groot moordcomplot noemen. De gevestigde partijen scheppen zich een nieuw volk."
Zijn vertrekpunt is demografisch. Na de vluchtelingencrisis van 2015 zijn er volgens hem miljoenen mensen toegelaten die cultureel noch juridisch solide geïntegreerd zijn. Höcke wil immigratie uit niet-Europese landen onmiddellijk op nul zetten, de bijna één miljoen mensen met een zogeheten "Duldung" — een gedoogstatus die geen formeel verblijfsrecht geeft maar ook geen uitzetting — het land uit werken, en het staatsburgerschapsrecht terugdraaien naar het principe van bloedrecht: Duits ben je als ten minste één van je ouders Duits is, niet omdat je op Duits grondgebied geboren bent. Die laatste regeling, het "Jus Soli", werd in 1999 ingevoerd als aanvulling op het traditionele bloedrecht, en in 2024 verder versoepeld.
"Ik heb geen zuiverheidsobsessie, ik ben geen aanhanger van rassenbiologie of rassenideologie," benadrukt Höcke in de podcast. "Dat waren de nazi's."
Denemarken als gidsland
Als Europees rolmodel wijst hij op Denemarken. Premier Mette Frederiksen — een sociaaldemocrate, niet van onbelangrijke betekenis in dit verband — voerde de afgelopen jaren een van de strengste asielregimes van Europa: tijdelijk beschermingsrecht als standaard, externe opvangcentra buiten de EU, actieve terugkeerpolitiek. Haar doel: nul nieuwe asielzoekers. Höcke citeert haar met instemming.
Wat hij er niet bij vertelt: Frederiksen verloor bij vervroegde verkiezingen in maart 2026 meer dan vijf procentpunt en haalde het slechtste resultaat voor haar partij in meer dan honderd jaar. De Dänische Volkspartij, die nóg verder ging met expliciete remigratieretoriek, verdrievoudigde haar aandeel. Ook in Denemarken wordt de migratiediscussie steeds radicalere vleugels uitgeslagen.
Als historisch precedent voor een vrijwillig remigratieprogramma noemt Höcke de "Rückkehrhilfegesetz" van Helmut Kohl uit 1983: een wet die Turkse gastarbeiders financieel beloonde voor vrijwillig vertrek. Destijds vertrokken 150.000 mensen — voor Höcke het bewijs dat zachte dwang werkt. Naast die financiële aanpak bepleit hij ook "assimilatiedruk": de bewuste versterking van de Duitse culturele identiteit, zodat het voor nieuwkomers "ongemakkelijk wordt te leven zoals ze dat helaas vaak doen".
"In een ideale wereld zou Duitsland zo Duits mogelijk zijn," vat hij zijn visie samen in de podcast. Het bredere Europese plaatje geeft zijn analyse enige wind in de rug. In Italië regeert premier Giorgia Meloni al drie jaar met een streng migratiebeleid. In Oostenrijk won de FPÖ de parlementsverkiezingen van 2024. In Zweden en Finland is restrictiever migratiebeleid de nieuwe consensus, ook bij partijen die traditioneel links of liberaal waren. Höcke positioneert zichzelf niet als uitzondering maar als de voorhoede van een Europese beweging die inmiddels aan de macht is of eraan grenst.















































