Taliban legaliseert slavernij en klassenjustitie in Afghanistan

De Taliban hebben begin januari een nieuw strafprocesrecht ingevoerd dat de Afghaanse samenleving formeel opdeelt in sociale klassen. De wet, ondertekend door Talibanleider Hibatullah Akhundzada, leidt tot felle kritiek van mensenrechtenorganisaties. Zij waarschuwen dat het systeem leidt tot straffeloosheid voor religieuze leiders en zwaardere straffen voor arme en kwetsbare burgers die 'slaven' worden genoemd, meldt het nieuwsmedium NDTV World.
Het nieuwe Wetboek van Strafvordering werd op 4 januari 2026 verspreid onder rechtbanken in Afghanistan. Het document telt 119 artikelen en is ingezien door Rawadari, een Afghaanse mensenrechtenorganisatie die schendingen documenteert. Volgens critici markeert de wet een fundamentele breuk met het beginsel dat iedereen gelijk is voor de wet.
Straf afhankelijk van sociale status
Kern van de controverse is artikel 9. Daarin wordt de Afghaanse bevolking ingedeeld in vier groepen: religieuze geleerden (ulama of mullahs), de elite, de middenklasse en de lagere klasse. De straf voor een misdrijf hangt voortaan niet meer primair af van de ernst van het feit, maar van de positie van de dader binnen deze hiërarchie.
Volgens de wet geldt voor een religieuze geleerde bij een strafbaar feit alleen een vermaning. Leden van de elite worden opgeroepen voor de rechtbank en krijgen eveneens advies. Voor mensen uit de middenklasse volgt gevangenisstraf. Wie tot de lagere klasse wordt gerekend, kan zowel gevangenisstraf als lijfstraffen krijgen.
Mensenrechtenorganisaties stellen dat geestelijken hiermee vrijwel volledige immuniteit krijgen. Tegelijkertijd worden armere Afghanen blootgesteld aan zwaardere en gewelddadigere straffen. Rawadari noemt het systeem “geen rechtspraak, maar een wettelijk vastgelegde hiërarchie van privileges” en waarschuwt dat het principe van gelijkheid voor de wet volledig wordt losgelaten.
Slavenstatus in wetstekst genoemd
Extra zorg wekt het taalgebruik in de nieuwe wet. In meerdere artikelen wordt onderscheid gemaakt tussen “vrije personen” en “slaven”. Die termen komen terug bij bepalingen over straffen en procedures. Volgens mensenrechtenorganisaties komt dit neer op een juridische erkenning van slavernij.
Slavernij is onder internationaal recht in alle omstandigheden verboden. Toch behandelt het Taliban-wetboek deze status als een normale juridische categorie. Juristen spreken van een ernstige schending van fundamentele mensenrechten en internationale verdragen.
Weinig rechtsbescherming voor verdachten
Naast klassenjustitie bevat de nieuwe wet volgens critici nauwelijks waarborgen voor verdachten. Het recht op een advocaat ontbreekt. Ook het zwijgrecht en het recht op schadevergoeding bij onterechte bestraffing zijn niet vastgelegd. Schuld wordt vooral vastgesteld op basis van bekentenissen en getuigenverklaringen.
Onafhankelijk onderzoek is niet verplicht en er zijn geen duidelijke minimum- en maximumstraffen opgenomen. Mensenrechtenorganisaties vrezen dat dit de kans op marteling en afgedwongen bekentenissen vergroot, zeker in een systeem zonder toezicht of effectieve beroepsmogelijkheden.
Meer lijfstraffen en vage misdrijven
De wet breidt het gebruik van lijfstraffen, zoals geseling, verder uit. Daarnaast introduceert zij vaag omschreven strafbare feiten, waaronder “dansen” of aanwezigheid bij “bijeenkomsten van corruptie”. Rechters krijgen hierdoor ruime bevoegdheden om mensen op te pakken en te straffen voor alledaags sociaal of cultureel gedrag.
Volgens waarnemers verandert de rechtspraak zo in een instrument om sociale controle af te dwingen en afwijkend gedrag te bestraffen.
Oproep aan internationale gemeenschap
Voor Rawadari is de invoering van klassenjustitie het duidelijkste signaal tot nu toe dat de Taliban het rechtssysteem opnieuw inrichten rond loyaliteit, religieuze status en macht. “Door geestelijken en religieuze elites boven de wet te plaatsen, verklaart de Taliban feitelijk dat sommige mensen onaantastbaar zijn, terwijl anderen altijd kwetsbaar blijven,” aldus de organisatie.
Rawadari roept op tot onmiddellijke opschorting van de wet en vraagt de Verenigde Naties en andere internationale instellingen om alle juridische en diplomatieke middelen in te zetten om de toepassing ervan te voorkomen. De organisatie zegt de uitvoering van de wet nauwgezet te blijven volgen en daarover te rapporteren.
Critici stellen dat Afghanistan met deze wet verder afglijdt in isolatie. Volgens hen maakt het nieuwe strafrecht duidelijk dat rechtspraak onder Talibanbewind niet langer onpartijdig is, maar openlijk wordt ingezet om macht en ongelijkheid te bestendigen.




















































