Provincie Overijssel greep in bij nitraatmetingen: boeren mochten uitslagen niet meer zien

In het Natura 2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek zijn de uitkomsten van nitraatmetingen aanleiding voor politieke en bestuurlijke vragen. Melkveehouders die hun grond beschikbaar stelden voor onderzoek, kregen de eerste jaren een snelle indicatie van het nitraatgehalte. Later mocht dat niet meer. Op verzoek van de provincie werd die terugkoppeling stopgezet. Dat bevestigt het RIVM tegenover het platform Vee & Gewas van uitgeverij Agrio.
De metingen laten zien dat het nitraatgehalte onder productiegrasland onder de wettelijke norm blijft. Dat staat haaks op verwachtingen die volgens betrokken boeren bij de provincie leefden. De manier waarop met resultaten is omgegaan, leidt nu tot discussie over transparantie.
Boeren stelden grond beschikbaar
Melkveehouder Jan Kuks uit Nutter stelde zijn percelen beschikbaar voor nitraatmetingen, vertelt hij aan Vee & Gewas. Dat deed hij bewust. Hij was een van de boeren die aandrongen op een nulmeting en jarenlang meededen aan meetprojecten, waaronder Koeien & Kansen. “Provincie Overijssel had gehoopt op andere uitslagen van de nitraatmetingen. Hoger onder landbouwpercelen en lager onder natuur. Maar deze uitkomst had ik wel verwacht.”
Uit de gepubliceerde resultaten blijkt dat het nitraatgehalte onder productiegrasland onder de norm van 50 milligram per liter grondwater ligt. Onder bouwland in rotatie ligt het net boven die norm. Dat niveau is vergelijkbaar met kruiden- en faunarijke akkers in beheer van natuurorganisaties in hetzelfde gebied. Op perceelsniveau zijn zelfs waarden rond de 5 mg/l gemeten. Zulke lage concentraties hebben volgens betrokkenen geen schadelijk effect op het beekdal.
Beheer speelt rol
Kuks wijst bij Vee & Gewas op beheer als verklarende factor. “Als boeren zitten we ruim onder de norm van nitraat met bemesting van onze percelen. Onze ervaring is dat maaien en afvoeren voor de minste uitspoeling zorgt. Dat vergeet Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer onderhoudt ook hun grasland niet goed en dat is wel nodig om de grond goed uit te mijnen.”
Volgens Kuks speelt ook de omgang met gewassen mee. “Ze laten het graan graag rijp worden omdat er ook bloemetjes in staan.” Voor boeren is optimaal bemesten volgens hem lastiger geworden door kalenderlandbouw en vaste regels.
Geen snelle indicatie meer toegestaan
Opvallend is dat de provincie besloot de tussentijdse resultaten pas later te delen, meldt Vee & Gewas. Volgens Kuks werd de terugkoppeling een jaar opgeschoven. “Ik heb sterk het vermoeden dat ze hoopten dat de meetresultaten in het laatste meetjaar andersom zouden zijn.”
Waar hij in de eerste jaren een snelle indicatie kreeg met een zogeheten nutricheck, gebeurde dat later niet meer. “Afgelopen winter vroeg ik daar ook naar, maar mocht dat niet meer. De monsternemer vertelde dat hij nadrukkelijk de opdracht had gekregen dat niet meer te mogen doen.”
Een andere grondeigenaar bevestigt die gang van zaken. De monsternemers werken in opdracht van het RIVM.
RIVM: verzoek van de provincie
Het RIVM bevestigt tegenover Vee & Gewas schriftelijk dat de terugkoppeling is gestopt op verzoek van de provincie. “Op verzoek van de provincie hebben wij vanaf het derde meetjaar de veldonderzoekers de instructie gegeven om geen veldgegevens te verstrekken.”
In de eerste twee jaren werden die gegevens nog wel gedeeld, als grondeigenaren daarom vroegen. Het RIVM benadrukt dat veldmetingen indicatief zijn en nog niet gevalideerd. “In het laboratorium worden de monsters vervolgens gemengd en geanalyseerd.” De provincie wilde voorkomen dat voorlopige cijfers “een eigen leven gaan leiden”. Daarom is besloten te wachten op een rapportage met alle jaren en percelen.
BBB wil transparantie
De BBB-fractie in Overijssel volgt de kwestie kritisch, meldt Vee & Gewas. Statenlid Martien van ’t Hul stelde eerder vragen en vroeg om het rapport. “Het gebied heeft er hard voor geknokt om deze metingen mogelijk te maken, juist om gezamenlijk met deskundigen uit het gebied een onderzoek uit te voeren en de feiten scherp te krijgen.”
Volgens haar is het gebied nog niet geïnformeerd over de resultaten. “Wij vinden het van groot belang dat het gebied tijdig en volledig wordt geïnformeerd.” BBB wacht met een inhoudelijke reactie tot het rapport beschikbaar is, maar benadrukt dat transparantie past bij het coalitieakkoord.
Kritiek op beleid en modellen
Ook buiten de politiek klinkt kritiek. Analist Robert ter Horst wijst in een Facebook-bericht op het belang van meten. “METEN is WETEN was en is de basis van het bedrijf dat ik in 1996 begon.” Hij stelt dat het stikstofprobleem vooral is gebaseerd op modellen. “Het stikstofmodel Aerius is echter onbruikbaar. Totaal waardeloos.”
Volgens hem ontbreekt een echte nulmeting en worden besluiten genomen zonder te weten wat het effect op de natuur is. Hij noemt de situatie in Springendal niet uniek en spreekt van structurele tegenwerking door ambtenaren.
De redactie heeft vragen voorgelegd aan de verantwoordelijke gedeputeerde van Provincie Overijssel.




















































