Nieuwe box 3-wet aangenomen: belasting over papieren winst in zicht

De Tweede Kamer heeft ingestemd met de Wet werkelijk rendement box 3. Daarmee komt een ingrijpende wijziging van de vermogensbelasting dichterbij. Als ook de Eerste Kamer akkoord gaat, verandert het box 3-stelsel vanaf 2028 fundamenteel. Beleggers, spaarders en andere vermogensbezitters gaan dan belasting betalen over het daadwerkelijke rendement, inclusief waardestijgingen die nog niet zijn verzilverd.
De wet werd aangenomen ondanks duidelijke twijfels in de Kamer. Voor stemden D66, VVD, GroenLinks/PvdA, CDA, SP, Denk en Volt. Tegenstanders waarschuwden voor uitvoeringsproblemen en onbedoelde gevolgen. Opvallend is dat de evaluatieperiode is verkort. De wet wordt al na drie jaar geëvalueerd, en niet pas na vijf jaar. Dat wijst op onzekerheid over de werking in de praktijk.
De kern van de hervorming is eenvoudig. Vanaf 2028 betaalt iedereen in box 3 belasting over het werkelijke rendement. Niet alleen rente en dividend tellen mee, maar ook waardeveranderingen van beleggingen zoals aandelen en obligaties. Dat geldt ook als deze nog niet zijn verkocht. Wie winst maakt op papier, krijgt daar dus al een belastingaanslag over.
Wat verandert er concreet
Het nieuwe systeem wordt een vermogensaanwasbelasting genoemd. Daarbij wordt gekeken naar de jaarlijkse waardeontwikkeling van beleggingen. Voor vastgoed en belangen in start-ups geldt een andere benadering. Daar wordt gewerkt met een vermogenswinstbelasting. Dat betekent belasting betalen op het moment van verkoop. Bij vastgoed wordt daarnaast jaarlijks belasting geheven over de ontvangen huur of via een vaste vastgoedbijtelling van 3,35 procent.
Er blijven wel enkele vaste spelregels gelden. Kosten die samenhangen met het vermogen zijn aftrekbaar. Verliezen mogen worden verrekend met toekomstige winsten, met een drempel van 500 euro per verliesjaar. Over de eerste 1.800 euro rendement geldt een vrijstelling. Het belastingtarief blijft ongewijzigd op 36 procent. De eigen woning blijft buiten schot en blijft in box 1. De nieuwe regels gelden alleen voor spaargeld, beleggingen en bijvoorbeeld een tweede huis.
Nog geen definitief besluit
De wet is nog niet definitief. Ook de Eerste Kamer moet ermee instemmen. Om invoering per 2028 mogelijk te maken, moet dat uiterlijk medio maart gebeuren. Lukt dat niet, dan komt de planning onder druk te staan.
Tegelijkertijd is al duidelijk dat het nieuwe stelsel mogelijk niet lang ongewijzigd blijft. In het coalitieakkoord staan plannen om het systeem opnieuw aan te passen. Het idee is om ook bij beleggingen pas belasting te heffen op het moment van verkoop. Dat zou betekenen dat papieren winsten niet langer jaarlijks worden belast. De Tweede Kamer nam hierover al een motie aan. Daarin staat dat het kabinet uiterlijk op Prinsjesdag 2028 met een nieuw wetsvoorstel moet komen.
Overgangsjaren en vooruitblik
Tot die tijd gelden overgangsregels. In 2026 en 2027 mogen belastingplichtigen kiezen tussen heffing op basis van het forfaitaire rendement of het werkelijke rendement. In 2028 wordt het nieuwe systeem verplicht voor iedereen. Vanaf 2029 of later wil de coalitie toewerken naar een vermogenswinstbelasting, waarbij belasting pas verschuldigd is bij verkoop.
De hervorming van box 3 is daarmee nog niet afgerond. Wat vaststaat, is dat de spelregels voor vermogen de komende jaren meerdere keren kunnen veranderen. Voor spaarders en beleggers betekent dat een periode van onzekerheid, waarin het fiscale kader voorlopig in beweging blijft.




















































