Minister: AIVD onderzocht coronacritici alleen bij veiligheidsrisico’s

De AIVD heeft tijdens de coronaperiode ook personen onderzocht die kritisch waren op het overheidsbeleid. Dat blijkt uit Toezichtrapport 83 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD). Volgens minister van Binnenlandse Zaken Pieter Heerma gebeurde dat echter niet vanwege hun kritiek alleen, maar vanwege mogelijke risico’s voor de nationale veiligheid.
De kwestie kwam aan de orde na Kamervragen van FVD-Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Hij verwees naar een passage in het rapport waarin staat dat de CTIVD heeft vastgesteld dat in de onderzochte periode ook coronacritici onderwerp van onderzoek zijn geweest.
Onderzoek niet gestart vanwege kritiek alleen
De minister benadrukt dat de CTIVD een duidelijke nuance maakt. In het rapport staat: “De CTIVD heeft vastgesteld dat het louter uiten van coronakritiek in geen enkel geval aanleiding is geweest onderzoek te doen.”
Volgens de toezichthouder was er in alle gevallen sprake van een bredere context. Het ging om situaties waarin er een vermoeden bestond van een gevaar voor de nationale veiligheid, de democratische rechtsorde of defensiebelangen. Daarbij werd onder meer gekeken naar uitingen of gedrag dat gericht was op geweld, het verspreiden van angst of desinformatie, of het aanzetten tot haat.
De minister verwijst ook naar een andere conclusie uit het rapport: “Bij geen van deze personen was die kritiek als zodanig de aanleiding om een onderzoek te starten of bevoegdheden in te zetten.”
Politieke vragen over grenzen van toezicht
Van Houwelingen stelde in zijn vragen dat het onwenselijk zou zijn als burgers worden gevolgd enkel vanwege hun kritiek op de overheid. De minister wijst dat beeld van de hand en stelt dat de CTIVD dat ook niet concludeert.
Ook op de vraag of kritiek als “desinformatie” of “complottheorie” op zichzelf reden kan zijn voor onderzoek, antwoordt de minister ontkennend. Volgens haar geldt altijd dat er sprake moet zijn van een “ernstig vermoeden” van gevaar, zoals vastgelegd in de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) 2017.
Geen openheid over concrete gevallen
De minister geeft geen voorbeelden van concrete uitspraken of situaties die tot onderzoek hebben geleid. Volgens haar is dat afhankelijk van het individuele geval en kan daar vanwege de wetgeving geen openheid over worden gegeven.
Dat geldt ook voor vragen over mogelijke onderzoeken naar internationale netwerken, zoals het netwerk rond Jeffrey Epstein. De minister stelt dat zij “in het openbaar geen uitspraken” kan doen over lopende of mogelijke onderzoeken van de AIVD.
Wel benadrukt zij dat de AIVD de wettelijke bevoegdheid heeft om onderzoek te doen naar personen of organisaties die mogelijk een bedreiging vormen voor de democratische rechtsorde of de nationale veiligheid.























































