VK schaft ‘niet-criminele haatincidenten’ af na zorgen om vrije meningsuiting

De Britse minister van Binnenlandse Zaken Shabana Mahmood heeft het systeem van zogenoemde niet-criminele haatincidenten (NCHI’s) afgeschaft. Dit systeem zorgde ervoor dat ook uitingen op sociale media die niet strafbaar zijn, toch door de politie werden geregistreerd. Zulke meldingen konden op naam blijven staan en zelfs opduiken bij sollicitaties. Volgens critici had dit grote gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting, meldt The Telegraph.
Het systeem kreeg veel kritiek omdat politieagenten zich bezighielden met online uitingen in plaats van criminaliteit. Volgens tegenstanders werd de politie ingezet voor zaken die geen misdrijf zijn. Ministers namen deze kritiek over en besloten het systeem te schrappen.
Uit een evaluatie van de Hogeschool voor Politiewetenschappen bleek dat het huidige systeem ‘niet geschikt is voor zijn doel’. Volgens de regering ondermijnt het de vrijheid van meningsuiting en leidt het af van politiewerk. Daarom wordt de bestaande wettelijke regeling ingetrokken.
Nieuwe aanpak en focus op kerntaken
De hervorming moet ervoor zorgen dat de politie zich weer richt op het bestrijden van criminaliteit. Agenten moeten minder tijd besteden aan meldingen die niet strafbaar zijn. De nadruk komt te liggen op veiligheid en het oplossen van misdrijven.
Minister Lord Hanson lichtte dit toe in het parlement. ‘De groei van sociale media en online polarisatie heeft de politie betrokken bij conflicten die buiten hun kerntaken vallen.’ Volgens hem moet de politie zich weer richten op haar hoofdtaak. ‘Politieagenten moeten zich kunnen richten op het vangen van criminelen, het verminderen van criminaliteit en het waarborgen van de openbare veiligheid.’
Het nieuwe systeem moet duidelijker maken wanneer een incident wordt geregistreerd. Alleen zaken die relevant zijn voor politiewerk blijven over. Volgens Hanson komt er een ‘meer passend kader’ dat zich richt op ernstige situaties.
Kritiek en zorgen over nieuwe regels
Het oude systeem leidde tot opvallende gevallen. Ook kinderen kregen registraties voor uitspraken die niet strafbaar waren. Deze meldingen bleven in systemen staan en konden gevolgen hebben voor de toekomst.
Lord Herbert van de Hogeschool voor Politiewetenschappen stelt dat verandering nodig is. ‘Er is brede consensus dat het systeem fundamenteel moet worden hervormd, met een terugkeer naar het oorspronkelijke doel: het voorkomen van ernstige schade en het waarborgen van vrije meningsuiting.’
Toch blijven er zorgen bestaan. Lord Young van de Free Speech Union waarschuwt tegenover GB News voor nieuwe richtlijnen zonder duidelijke wetgeving. ‘Het probleem met het creëren van een nieuw systeem via richtlijnen, zonder wettelijke basis, is dat richtlijnen van nature instabiel zijn.’
Volgens hem moet het parlement een rol houden. ‘Het vaststellen van grenzen aan wat de politie mag registreren is een zaak voor het parlement, gezien de grote gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting.’





















































