Vertrouwen in politici en Tweede Kamer zakt naar laagste niveau sinds 2012

Het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer is in 2025 gedaald naar het laagste niveau sinds het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) deze cijfers in 2012 begon te meten. Slechts 21 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder heeft nog heel veel of tamelijk veel vertrouwen in politici. Ook de Tweede Kamer scoort laag: 25 procent heeft daar nog vertrouwen in.
Het CBS baseert zich op de enquête Sociale samenhang en welzijn. Daarin wordt gekeken naar het vertrouwen in verschillende politieke instituties. Niet alle instellingen laten dezelfde daling zien. Het vertrouwen in ambtenaren bleef in 2025 met 47 procent ongeveer gelijk. Ook het vertrouwen in de Europese Unie en de gemeenteraad bleef vrijwel stabiel, met 51 en 54 procent.
Daling sinds coronaperiode
Het vertrouwen in politici en de Tweede Kamer stond in 2020 juist nog op het hoogste punt sinds 2012. Dat was het eerste jaar van de coronaperiode. Daarna zette een daling in bij alle politieke instituties.
Vooral politici en de Tweede Kamer verloren daarna verder terrein. Sinds de coronaperiode is het vertrouwen in deze twee bijna elk jaar lager dan het jaar ervoor. Daarmee is het politieke vertrouwen in Den Haag verder weggezakt.
Bij andere instituties is het beeld minder negatief. Het vertrouwen in ambtenaren en de gemeenteraad stijgt sinds 2022 weer. Het vertrouwen in de EU neemt sinds 2023 opnieuw toe.
Jongeren hebben vaker vertrouwen
Jongeren blijken het vaakst vertrouwen te hebben in politieke instituties. Vooral de groep van 15 tot 25 jaar scoort hoger dan andere leeftijdsgroepen. Bij oudere groepen ligt het vertrouwen meestal lager.
De groep van 65 tot 75 jaar heeft het minst vertrouwen in alle politieke instituties. Dat geldt dus voor politici, Tweede Kamer, ambtenaren, EU en gemeenteraad. Bij 75-plussers ligt het vertrouwen weer iets hoger dan bij de groep daarvoor.Het CBS keek ook naar regionale verschillen. Daaruit blijkt dat het vertrouwen in de politiek niet overal in Nederland gelijk is. Vooral in het noordoosten is het vertrouwen laag.
Noordoosten scoort laag
Het CBS meet politiek vertrouwen door het vertrouwen in ambtenaren, politici, Tweede Kamer en EU samen te nemen. In 2025 had 40 procent van de 15-plussers vertrouwen in deze politieke instituties samen. Dat gemiddelde ligt dus veel hoger dan het vertrouwen in politici afzonderlijk.
Over de periode van 2016 tot en met 2025 is het vertrouwen het laagst in het noordoosten van het land. In Oost-Groningen heeft 31 procent vertrouwen in politieke instituties. In Zuidoost-Drenthe is dat 32 procent en in Zuidwest-Drenthe 34 procent.
Het vertrouwen is juist het hoogst in Zuidwest-Overijssel, de agglomeratie ’s-Gravenhage, Het Gooi en Vechtstreek, en de agglomeratie Leiden en Bollenstreek. In al die gebieden ligt het vertrouwen op 45 procent. Het verschil met delen van Groningen en Drenthe is daarmee duidelijk zichtbaar.




















































