Minister onder vuur na uitspraken over politie-iftars: ‘Dit klopt feitelijk niet’

Minister van Justitie en Veiligheid David van Weel ligt onder vuur na uitspraken in de Tweede Kamer over politie-iftars in Utrecht. Volgens de minister organiseert de politie daar zelf iftars, omdat zij niet wordt uitgenodigd binnen de lokale gemeenschap. Dit blijkt echter niet te kloppen. De politie is wél regelmatig aanwezig bij iftars van externe organisaties.
Tijdens een commissiedebat stelde Van Weel dat de politie in Utrecht eigen iftars organiseert omdat zij in wijken zoals Overvecht niet wordt uitgenodigd. Die verklaring werd direct betwist. Islamisme-expert Carel Brendel reageerde scherp en stelde: “Minister Van Weel verkondigt bullshit.” Hij wijst erop dat de Utrechtse politie kort daarvoor nog aanwezig was bij een iftar van het Marokkaanse consulaat.
Politie wél aanwezig bij externe iftars
Ook uit eerdere gevallen blijkt dat politieagenten wel degelijk worden uitgenodigd. Zo waren agenten aanwezig bij een iftar in de Eyüp Sultan Moskee, georganiseerd in maart 2025. Deze bijeenkomst in Kanaleneiland maakte deel uit van een reeks iftars die door de moskee werden gehouden, deels met subsidie van de gemeente Utrecht.
Op sociale media van de moskee zijn beelden te zien van verschillende iftars, waaronder een bijeenkomst voor mannelijke bezoekers waar ook politieagenten aanwezig waren. Daarnaast werd de politie vorig jaar uitgenodigd voor de Halal Village Festival in Utrecht. Hiermee lijkt de stelling van de minister dat de politie buiten de gemeenschap wordt gehouden, niet overeen te komen met de praktijk.
Discussie over rol politie en overheid
De kwestie rond de uitspraken van Van Weel raakt aan een bredere discussie over de rol van de politie bij religieuze activiteiten. Eerder bleek al dat de minister geen bezwaar ziet in het organiseren van iftars door politiekorpsen zelf. Met zijn recente uitleg over Utrecht lijkt hij die praktijk te willen onderbouwen.
Tegelijkertijd laten concrete voorbeelden zien dat de politie niet buitengesloten is, maar juist actief deelneemt aan bestaande bijeenkomsten. Dat roept vragen op over de feitelijke basis van de uitspraken van de minister.


















































