Fraude met Britse weermetingen ontdekt in afgelopen tientallen jaren

Een opvallende kwestie rond Britse klimaatdata zorgt voor discussie over de betrouwbaarheid van officiële metingen. Uit onderzoek blijkt dat een Schots meetstation, dat al in 1966 werd gesloten, nog jarenlang temperatuur- en neerslaggegevens heeft “geleverd” in officiële databases van het Britse meteorologische instituut, het Met Office. Dit meldt het nieuwsplatform The Daily Sceptic.
Het gaat om het station Lephinmore, gelegen aan de Firth of Clyde. Volgens de database met langetermijngemiddelden werden daar metingen geregistreerd vanaf 1960 tot ver in de recente periode. Dat roept vragen op, omdat het station al vóór het einde van de jaren zestig buiten gebruik werd gesteld.
Data zonder meetstation
De gegevens van Lephinmore werden gebruikt om gemiddelde temperaturen en neerslag over periodes van dertig jaar te berekenen. Daarbij ging het om twee tijdvakken: 1961-1990 en 1991-2020.
Opvallend is de precisie van de cijfers. Temperaturen worden weergegeven tot op honderdsten van graden, neerslag tot op twee decimalen. Tegelijk is er geen fysiek meetstation dat deze gegevens daadwerkelijk kon registreren in die periode.
Het Met Office stelt dat zulke data worden berekend op basis van modellen. Daarbij worden gegevens van andere meetstations gebruikt. Volgens de officiële uitleg gaat het om “reeksen van gegevens van goed gecorreleerde naburige stations” die door computers worden verwerkt.
Gebrek aan nabijgelegen meetpunten
Juist daar zit volgens critici het probleem. In het geval van Lephinmore zijn er nauwelijks geschikte meetstations in de buurt. De dichtstbijzijnde locaties liggen op tientallen kilometers afstand.
Zo ligt het station Dunstaffnage op 43 kilometer afstand, Glasgow Bishopton op 47 kilometer en Prestwick op 72 kilometer. Daarnaast worden deze stations aangemerkt als zogeheten klasse 4-locaties. Dat betekent dat ze volgens internationale normen een meetonnauwkeurigheid tot 2 graden Celsius kunnen hebben.
Een voormalig station op kortere afstand, Bute: Rothesay, is al langere tijd gesloten. Een nieuw station op die locatie bestaat pas sinds 2012 en valt eveneens in de lagere kwaliteitsklasse. Critici stellen daarom dat het moeilijk te verdedigen is dat zulke meetpunten betrouwbare gegevens kunnen leveren voor een specifieke locatie tientallen kilometers verderop.
Onderzoek door burgeronderzoeker
De kwestie kwam aan het licht door onderzoek van Ray Sanders, meldt het nieuwsplatform The Daily Sceptic. Hij dook in de archieven van het Met Office en bracht verschillende onregelmatigheden in kaart. Daarbij vond hij ook bewijs dat het station Lephinmore op 15 februari 1966 definitief werd gesloten.
Sanders uit scherpe kritiek op de werkwijze. Volgens hem is het systeem achter de klimaatgemiddelden niet betrouwbaar. Hij stelt: “Een alternatieve kijk op dit klimaatgemiddelde systeem is dat het pure fictie is… het is een belediging voor de intelligentie van het publiek en getuigt van een volkomen gebrek aan respect voor zelfs het kleinste beetje wetenschappelijke geloofwaardigheid.”
Reactie van het Met Office
Het Met Office verwerpt die kritiek. De organisatie stelt dat het onderzoek van een kleine groep critici bedoeld is om twijfel te zaaien over klimaatonderzoek. Volgens het instituut gaat het om “een poging om decennia aan gedegen wetenschappelijk onderzoek naar klimaatverandering wereldwijd te ondermijnen”.
De methode waarbij gegevens worden gemodelleerd is volgens het Met Office gebruikelijk binnen de klimatologie. Toch blijven er vragen bestaan, vooral in gevallen waarin er weinig of geen directe meetpunten in de buurt zijn.
Meer twijfelgevallen
Lephinmore staat niet op zichzelf. Uit eerder onderzoek bleek dat meer dan een derde van de stations in een database van het Met Office niet daadwerkelijk bestond. Het ging om 103 van de 302 locaties.
Na die bevindingen paste het instituut de uitleg aan. De data zouden afkomstig zijn van “locaties” die niet altijd overeenkomen met echte meetstations, maar wel gebaseerd zijn op modellen.
Ook rond het station Lowestoft ontstond discussie. Dat station werd in 2010 gesloten, maar bleef nog jaren in datasets voorkomen. Uiteindelijk zijn die gegevens verwijderd. Daarbij werd vermeld dat deze data niet bedoeld waren voor officiële klimaatmonitoring.
Discussie over neerslagcijfers
Naast temperatuurmetingen is er ook kritiek op neerslagcijfers. Zo werd recent gesteld dat een regio in Worcestershire de natste februari sinds 1835 had meegemaakt. Volgens criticus Paul Homewood klopt dat niet.
Op basis van historische gegevens stelt hij dat februari 1923 natter was. Hij vraagt zich af: “Wordt het Britse weer echt natter zoals ze beweren? Of is het gewoon een verzinsel van hun computer?”
De discussie raakt aan een groter vraagstuk: hoe worden klimaatdata verzameld en verwerkt? Modellen spelen een belangrijke rol, zeker wanneer meetgegevens ontbreken. Tegelijk roept dat vragen op over nauwkeurigheid en transparantie.
















































